De schaamstreek voorbij?
Soms valt mijn oog op een ogenschijnlijk onbeduidend klein stukje tekst in een ochtendkrant.
Zo’n stukje dat aan de onderkant van net niet de laatste pagina gezet is en er bijna afvalt uit schaamte.
Zoals vanochtend.
Ik meen te denken dat ik binnenkort aan de leesbril moet, maar hier kon ik gewoon niet overheen lezen.
Sinds een maand is het überhip om in NYC, natuurlijk where else, je eigen vagina fiks te onderwerpen aan een rigoureus fitness regime.
En dat kan in werelds eerste Vagina Spa van Dr. Romanzi – what’s in a name-, een wellness centrum dat zich richt op het verbeteren van de conditie en verjonging van je vagina.
Bij intake, à raison van 100 euri wordt bepaald wat je wilt bereiken en vooral hoe.
Phit biedt voor elk wat wils. Het verstevigen van je pc-spieren door middel van Kegel oefeningen, thuis met bijvoorbeeld stepfree gewichten of samen met een Inner Strength Personal Trainer.
Dat zie ik dan gelijk voor me.
Terwijl je getoucheerd wordt, krijg je ook nog om je oren ‘Hou vast, nog 5 en 4 en 3 en 2 en 1 en adem uit’. En dat 150 samentrekkingen lang.
Van de weeromstuit leeg je jouw volle blaas over haar poezelige, frans gemanicuurde handje en weet je nog gevat iets te zeggen over de medicinale werking van urine.
Als beginnend Kegel atlete is het zoeken naar de juiste vorm.
Vind je de geboden hulpmiddelen en de personal trainer te omslachtig, ben je liever lui dan moe. Neem dan je toevlucht in de Lazy Susan, een gegarandeerd pijnloze elektrische stimulator.
Dat zie ik dan gelijk voor me.
Terwijl je in de lounge van het wellness centrum geniet van een vochtverrijkend drankje, muziek op je iPod, trilstaaf in je flamoes, draai je nog even aan het knopje van je iPod.
Te laat: verkeerd knopje.
Lazy Susan stuitert op vol vermogen als een soort Jack-in-the-box samen met jou van de bank af.
K*t!, roep je.
Precies ja.
Gelukkig heeft Phit een goede liability verzekering afgesloten en biedt zij ook hersteloperaties aan.
Welke uitstraling wil je?
Stalen flappentapper of kleurrijk, uitgedoste nudibranch?
Hoe jong wil je? Terug naar maximum aantal penetraties of kies je voor leeftijd? Core restore en Lip Sync helpen je verder, als je uitgekegeld bent.
Wil je een strakke, goed ingepakte doos dan kan dat ook.
Phit biedt ook Gifts and Packages.
Waar gaat dit naar toe? Is dit dan de nieuwe natte Amerikaanse droom?
En van wie dan, man of vrouw?
Mijns inziens dolen vrouwen al te lang in een spiegelpaleis, op de voet gevolgd door de mannen die ook graag horen ‘Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in dit land’.
Maar goed, dan leer je in 3 maanden (no warranty) de kneepjes van het vak bij Dr. Romanzi en kun je daarna als een moderne Xenia Onatopp elke man ontkurken en hem zijn perfecte kleine dood bieden.
Het schot voor open doel wordt gemist door The Perfect Phit, vind ik.
Ik ben all for equality.
Dus waarom geen bodembekkenspier oefeningen voor mannen.
Geen voortijdige lozingen meer en langer plezier. Gegarandeerd.
Hebben wij vrouwen er ook nog wat aan! Bij deze toegevoegd.
Als nuchtere, doch immer leergierige Hollandse heb ik het internet afgestruind en een eigen fitnessprogramma samengesteld, dat ik gewoon kan doen terwijl ik blog. Zoals nu.
En bij de volgende penetratie roep ik ‘Strike’.
Met Tom Tom kom je nog eens ergens..... Mots pressés, mots sensés, Mots qui disent la verité? Mots maudits, mots mentis, Mots qui manquent le fruit d'esprit. What are words worth? What are words worth? Words
maandag 11 augustus 2008
Totti va bene
Waarschuwing!
Voor diegenen die nooit aan mijn integriteit twijfelen: lees niet verder.
Voor al die anderen die weten dat ik een vrouw ben met menselijke trekjes en zo nu en dan de meest vreemde sprongen fysiek, en vooral in mijn hoofd maak: lees verder. Zeker als jullie ook weten dat ik genoeg zelfspot heb en weinig ego om me zelf langs de kritische meetlat te leggen, mijn gedachten te beoordelen en hier onbeschadigd uit te komen.
Ik ben een ongelooflijke vooringenomen lellebel.
Zo, dat is maar gezegd!
Vanmiddag reisde ik terug met de TGV van zuid Frankrijk naar Rotterdam.
Ik stapte op in Valence. Mijn gereserveerde kaartje was voor aan het raam terwijl ik altijd gangpad wil, of ik nou trein of vliegtuig reis.
Ik hoopte dat ik niet in zo'n viertje met opklaptafeltje zou zitten.
Het begon al goed. Ik had een viertje en nog volledig bezet ook!
Tegenover mij zat een nonchalant in foute Gucci kleding klein type souteneur met blote voeten verstrekkend over 'mijn' helft. Naast hem een nette dame.
De man naast mij, mediterrane look, blauw shirt, D&G broek met half negroïde peuter op zijn schoot. En hier moest ik tussen.
Volgende keer weer echt eerste klas, dacht ik gelijk, als ik geen zin heb te rijden.
Toen ik me geïnstalleerd had, begon de kleine jongen te krijsen: ik zat op zijn plek. Maar hij reisde gratis vanwege zijn leeftijd en moest dus nu in de volle trein zijn plekje afgeven.
De nette dame bood iets te snel aan, een andere plek te kiezen en verdween. Alarmbelletje had moeten afgaan.
Na de stoelendans zat ik in de hoek met tegenover mij de papa en diens zoontje.
Terzijde: ik ben al 2 weken zonder mijn eigen zoon, maar mijn oxytoxine niveau was onverminderd hoog, misschien juist door het gemis.
Ik maakte contact met de kleine in mijn beste bébé Frans, ‘Salut chouchou’.
Het jochie bleek precies 1 dag ouder te zijn dan mijn zoon, en zat midden in het peuter puberen. Hij was al 4 uur onderweg met papa, had nog niet geslapen en was flink aan het dreinen. Papa zuchtte en steunde vooral.
'Comment il s'appelle?', vroeg ik. 'Ayrton'. 'de Senna?', vroeg ik. 'Exactement!'.
Hij leek in het niets op de ook door mij bewonderde Senna.
Zijn fatale ongeluk herinner ik me als de dag van gisteren. Ik zat in die periode elke F1 zondag aan de buis gekluisterd en zie hem nog crashen in de Tamburello corner van het Imola circuit. Dood: dat was voor mij gelijk duidelijk, ook al duurde het een eeuwigheid, voordat er medische hulp kwam en de camera uit piëteit op hield met inzoomen.
Ik bestudeerde eens mijn reisgezelschap. Bedacht dat de twee mannen met kind reisden.
Beetje ongewassen types, klein of groot dealend in allerlei geestverruimende middelen.
Route du soleil, zag ik opeens in andere betekenis.
Ik ben nooit te beroerd mensen gelijk te beoordelen.
Kleine Ayrton met kroeskop, donkerbruine ogen, speen in mond en vies slabbetje om had echter besloten dat hij de ruimte nodig had. Ik bemoeide me met hem, leidde hem af. Hij klom steeds van de bank af, mijn voeten schurend, smeet met water en brood.
Papa deed niet zoveel. En ik, ik had alle geduld van de wereld.
Ayrton was doodmoe, had een flinke knuffel nodig en zou dan zo in slaap vallen. Maar ’t was niet mijn kind, dus bemoeide ik me alleen in die mate: helpen met spullen oprapen, flesje pap schudden, terwijl papa trachtte zijn kind te sturen. Maar een 22 maand oude peuter heeft grenzen nodig. Niet steeds laten fladderen, terwijl je aan alles merkt dat hij doodop is.
Ayrton begon steeds luider door de coupé te racen, papa er achter aan.
Papa verontschuldigde zich tegenover iedereen, manieren had hij.
De kleinere man verdween, mij opeens twee plekken gunnend.
Ik raakte in gesprek met papa.
Hij reisde met zoon naar Brussel om een nieuwe stempel in’ t paspoort van zijn zoon te krijgen. Zoonlief was daar geboren, toen hij daar werkte, zijn vrouw was Congolese en nu woonden ze in Monaco.
In gedachten dichtte ik papa een steeds dubieuzer metier toe.
Papa had nog een zoon, 6 jaar ouder dan Ayrton, genaamd Johan en haalde zijn billfold uit zijn broekzak en toonde me een fotootje van hem. Ik pakte vervolgens mijn zoons pasfoto erbij en de komende 4 uur was ik een fulltime stand-in moeder. Ik kweet mijn taken met een enthousiasme dat steeds meer taande naarmate papa niet ingreep.
Ayrton had zijn handje al vastgeklemd gezien tussen de schuifdeuren van de coupé, stootte zich steeds vaker tollend ergens tegen aan en papa werd letterlijk steeds moede(r)lozer, en elk tweede woord dat hij zei was ‘putain’.
Als de TGV stopte, stoof papa met kind naar buiten om zijn broodnodige nicotine gehalte op peil te houden. Anderen uit de coupé volgden.
Na 2,5 uur stortte het jochie in elkaar en viel in slaap, de hele breedte van de bank innemend. Papa zette zich naast mij neer, en ik streelde Ayrton’s beentje en hoofdje tot hij goed wegzakte.
Rust!
Ik las weer verder in de laatste Vanity Fair, welk een goed onderbouwde analyse bracht over Hillary’s misgelopen race naar het witte huis.
Papa praatte met een man aan een ander viertje over allerlei zaken. Ik ving iets op van ‘Je fais le foot..’, maar sloeg er geen acht op.
De kleinere man was inmiddels teruggekeerd. Die was in een ander treinstel gaan slapen. De drie mannen praatten honderduit en bij de volgende stop stoven ze weer naar buiten, daarna stinkend van sigarettenrook terugkerend.
Ayrton, liet papa aan mij over.
Ongeveer een uur voor Brussel werd Ayrton weer wakker en ging papa weer naast hem zitten. Ayrton was een stuk opgewekter.
Inmiddels raakte ik toch wel nieuwsgierig naar papa en wendde me eventjes in het mannengesprek en vroeg heel dom ‘Vous habitez en Monaco?’.(Had ik het goed gehoord?) Hij vertelde dat Monaco erg duur was, maar ik durfde niet te vragen wat hij precies deed, want zo geïnteresseerd was ik tot nu toe niet geweest. Mijn interesse en medeleven gingen alleen uit naar zijn zoontje.
Toen koppelde ik ‘le foot’, Johan en Monaco aan elkaar.
Short circuit! Had ik niet met een voetballer van doen? Zijn zoons waren geboren in Brussel, zijn vrouw in Congo en hij was Frans? Nee, hij was van oorsprong Italiaan, zei hij. Naar wie was zijn zoontje Johan vernoemd dan?
Ik keek eens goed naar zijn blauwe shirt. Nu pas viel het me op dat het een voetbalshirt was. Erop stond iets van mondial 2006 en F Totti.
Op zijn mouw stond Francesco Totti.
Ik keek nog eens naar papa.
Hij was een Azurro? Was hij Totti?
Van Totti wist ik dat vele vrouwen hem aantrekkelijk vonden.
Hem beoordelend, kon ik dat niet van mezelf zeggen.
Ik ben al 10 jaar geleden afgehaakt bij het Nederlandse en mondiale voetbal, zelfs deze zomer ten spijt en zelfs ten spijt dat ik als jonge twintiger en slechts 1 week ouder, mij verlekkerde aan Marco van Basten. Wat ik wil zeggen, is dat ik geen idee heb hoe Who the F*ck Totti er uit ziet.
Maar dat maakte allemaal niet meer uit.
Mijn overalerte geest maakte een 180 graden turn van morsig, ongewassen sujet naar Italiaanse voetbal international.
En ik, ik begon te flirten!
Ik had de hele reis moederlijke aandacht voor Ayrton gehad, nu legde ik het er met andere motieven nog meer bovenop. En maakte oogcontact en lichaamscontact met Totti.
Waarom in godsnaam? Ik vond hem nog steeds niet bepaald aantrekkelijk, maar keurde hem nog maar eens op kleding en lijf.
Had ik in één keer 4 uur doorgebracht met een voetballer in een trein, zijn zoontje bij me op schoot gehad: Ayrton Totti?!
If you hang out with the famous, you hope something will rub off of them.
Zoiets, geloof ik, als ik mijn gedrag maar eens analyseer.
Ik durfde geen handtekening te vragen, ik overwoog het wel.
Bij het verlaten van de trein in Brussel kuste ik Ayrton en schudde Totti mijn hand. ‘Merci et Bon voyage’, is het laatste dat we deelden.
Voor diegenen die nooit aan mijn integriteit twijfelen: lees niet verder.
Voor al die anderen die weten dat ik een vrouw ben met menselijke trekjes en zo nu en dan de meest vreemde sprongen fysiek, en vooral in mijn hoofd maak: lees verder. Zeker als jullie ook weten dat ik genoeg zelfspot heb en weinig ego om me zelf langs de kritische meetlat te leggen, mijn gedachten te beoordelen en hier onbeschadigd uit te komen.
Ik ben een ongelooflijke vooringenomen lellebel.
Zo, dat is maar gezegd!
Vanmiddag reisde ik terug met de TGV van zuid Frankrijk naar Rotterdam.
Ik stapte op in Valence. Mijn gereserveerde kaartje was voor aan het raam terwijl ik altijd gangpad wil, of ik nou trein of vliegtuig reis.
Ik hoopte dat ik niet in zo'n viertje met opklaptafeltje zou zitten.
Het begon al goed. Ik had een viertje en nog volledig bezet ook!
Tegenover mij zat een nonchalant in foute Gucci kleding klein type souteneur met blote voeten verstrekkend over 'mijn' helft. Naast hem een nette dame.
De man naast mij, mediterrane look, blauw shirt, D&G broek met half negroïde peuter op zijn schoot. En hier moest ik tussen.
Volgende keer weer echt eerste klas, dacht ik gelijk, als ik geen zin heb te rijden.
Toen ik me geïnstalleerd had, begon de kleine jongen te krijsen: ik zat op zijn plek. Maar hij reisde gratis vanwege zijn leeftijd en moest dus nu in de volle trein zijn plekje afgeven.
De nette dame bood iets te snel aan, een andere plek te kiezen en verdween. Alarmbelletje had moeten afgaan.
Na de stoelendans zat ik in de hoek met tegenover mij de papa en diens zoontje.
Terzijde: ik ben al 2 weken zonder mijn eigen zoon, maar mijn oxytoxine niveau was onverminderd hoog, misschien juist door het gemis.
Ik maakte contact met de kleine in mijn beste bébé Frans, ‘Salut chouchou’.
Het jochie bleek precies 1 dag ouder te zijn dan mijn zoon, en zat midden in het peuter puberen. Hij was al 4 uur onderweg met papa, had nog niet geslapen en was flink aan het dreinen. Papa zuchtte en steunde vooral.
'Comment il s'appelle?', vroeg ik. 'Ayrton'. 'de Senna?', vroeg ik. 'Exactement!'.
Hij leek in het niets op de ook door mij bewonderde Senna.
Zijn fatale ongeluk herinner ik me als de dag van gisteren. Ik zat in die periode elke F1 zondag aan de buis gekluisterd en zie hem nog crashen in de Tamburello corner van het Imola circuit. Dood: dat was voor mij gelijk duidelijk, ook al duurde het een eeuwigheid, voordat er medische hulp kwam en de camera uit piëteit op hield met inzoomen.
Ik bestudeerde eens mijn reisgezelschap. Bedacht dat de twee mannen met kind reisden.
Beetje ongewassen types, klein of groot dealend in allerlei geestverruimende middelen.
Route du soleil, zag ik opeens in andere betekenis.
Ik ben nooit te beroerd mensen gelijk te beoordelen.
Kleine Ayrton met kroeskop, donkerbruine ogen, speen in mond en vies slabbetje om had echter besloten dat hij de ruimte nodig had. Ik bemoeide me met hem, leidde hem af. Hij klom steeds van de bank af, mijn voeten schurend, smeet met water en brood.
Papa deed niet zoveel. En ik, ik had alle geduld van de wereld.
Ayrton was doodmoe, had een flinke knuffel nodig en zou dan zo in slaap vallen. Maar ’t was niet mijn kind, dus bemoeide ik me alleen in die mate: helpen met spullen oprapen, flesje pap schudden, terwijl papa trachtte zijn kind te sturen. Maar een 22 maand oude peuter heeft grenzen nodig. Niet steeds laten fladderen, terwijl je aan alles merkt dat hij doodop is.
Ayrton begon steeds luider door de coupé te racen, papa er achter aan.
Papa verontschuldigde zich tegenover iedereen, manieren had hij.
De kleinere man verdween, mij opeens twee plekken gunnend.
Ik raakte in gesprek met papa.
Hij reisde met zoon naar Brussel om een nieuwe stempel in’ t paspoort van zijn zoon te krijgen. Zoonlief was daar geboren, toen hij daar werkte, zijn vrouw was Congolese en nu woonden ze in Monaco.
In gedachten dichtte ik papa een steeds dubieuzer metier toe.
Papa had nog een zoon, 6 jaar ouder dan Ayrton, genaamd Johan en haalde zijn billfold uit zijn broekzak en toonde me een fotootje van hem. Ik pakte vervolgens mijn zoons pasfoto erbij en de komende 4 uur was ik een fulltime stand-in moeder. Ik kweet mijn taken met een enthousiasme dat steeds meer taande naarmate papa niet ingreep.
Ayrton had zijn handje al vastgeklemd gezien tussen de schuifdeuren van de coupé, stootte zich steeds vaker tollend ergens tegen aan en papa werd letterlijk steeds moede(r)lozer, en elk tweede woord dat hij zei was ‘putain’.
Als de TGV stopte, stoof papa met kind naar buiten om zijn broodnodige nicotine gehalte op peil te houden. Anderen uit de coupé volgden.
Na 2,5 uur stortte het jochie in elkaar en viel in slaap, de hele breedte van de bank innemend. Papa zette zich naast mij neer, en ik streelde Ayrton’s beentje en hoofdje tot hij goed wegzakte.
Rust!
Ik las weer verder in de laatste Vanity Fair, welk een goed onderbouwde analyse bracht over Hillary’s misgelopen race naar het witte huis.
Papa praatte met een man aan een ander viertje over allerlei zaken. Ik ving iets op van ‘Je fais le foot..’, maar sloeg er geen acht op.
De kleinere man was inmiddels teruggekeerd. Die was in een ander treinstel gaan slapen. De drie mannen praatten honderduit en bij de volgende stop stoven ze weer naar buiten, daarna stinkend van sigarettenrook terugkerend.
Ayrton, liet papa aan mij over.
Ongeveer een uur voor Brussel werd Ayrton weer wakker en ging papa weer naast hem zitten. Ayrton was een stuk opgewekter.
Inmiddels raakte ik toch wel nieuwsgierig naar papa en wendde me eventjes in het mannengesprek en vroeg heel dom ‘Vous habitez en Monaco?’.(Had ik het goed gehoord?) Hij vertelde dat Monaco erg duur was, maar ik durfde niet te vragen wat hij precies deed, want zo geïnteresseerd was ik tot nu toe niet geweest. Mijn interesse en medeleven gingen alleen uit naar zijn zoontje.
Toen koppelde ik ‘le foot’, Johan en Monaco aan elkaar.
Short circuit! Had ik niet met een voetballer van doen? Zijn zoons waren geboren in Brussel, zijn vrouw in Congo en hij was Frans? Nee, hij was van oorsprong Italiaan, zei hij. Naar wie was zijn zoontje Johan vernoemd dan?
Ik keek eens goed naar zijn blauwe shirt. Nu pas viel het me op dat het een voetbalshirt was. Erop stond iets van mondial 2006 en F Totti.
Op zijn mouw stond Francesco Totti.
Ik keek nog eens naar papa.
Hij was een Azurro? Was hij Totti?
Van Totti wist ik dat vele vrouwen hem aantrekkelijk vonden.
Hem beoordelend, kon ik dat niet van mezelf zeggen.
Ik ben al 10 jaar geleden afgehaakt bij het Nederlandse en mondiale voetbal, zelfs deze zomer ten spijt en zelfs ten spijt dat ik als jonge twintiger en slechts 1 week ouder, mij verlekkerde aan Marco van Basten. Wat ik wil zeggen, is dat ik geen idee heb hoe Who the F*ck Totti er uit ziet.
Maar dat maakte allemaal niet meer uit.
Mijn overalerte geest maakte een 180 graden turn van morsig, ongewassen sujet naar Italiaanse voetbal international.
En ik, ik begon te flirten!
Ik had de hele reis moederlijke aandacht voor Ayrton gehad, nu legde ik het er met andere motieven nog meer bovenop. En maakte oogcontact en lichaamscontact met Totti.
Waarom in godsnaam? Ik vond hem nog steeds niet bepaald aantrekkelijk, maar keurde hem nog maar eens op kleding en lijf.
Had ik in één keer 4 uur doorgebracht met een voetballer in een trein, zijn zoontje bij me op schoot gehad: Ayrton Totti?!
If you hang out with the famous, you hope something will rub off of them.
Zoiets, geloof ik, als ik mijn gedrag maar eens analyseer.
Ik durfde geen handtekening te vragen, ik overwoog het wel.
Bij het verlaten van de trein in Brussel kuste ik Ayrton en schudde Totti mijn hand. ‘Merci et Bon voyage’, is het laatste dat we deelden.
Als godin in Frankrijk
Ga je met me mee?
Daar waar de geasfalteerde weg steeds slechter, smaller en kronkeliger wordt. Daar waar je maag in opstand komt tegen nog een haarspeldbocht op nog grotere hoogte.
Daar waar Tom Tom het opgegeven heeft en je onbekend gps terrein betreedt. Daar waar het uitzicht en de lucht steeds adembenemender wordt.
Ergens voorbij die grote naaldboom, die je wuivend tegemoet riekt, haar harssappen een perfecte ruiker makend met buxus, wilde thijm en droge warmte.
Daar voorbij ligt een petit hammeau bestaand uit acht huizen, waarvan vijf al dan niet permanent bewoond en drie in ruines uiteengevallen zijn.
Daar, tenminste 35 min verwijderd van ‘het’ dorp en een uur van de route du soleil was een eigenzinnige ‘La Hollandaise’ dertien jaar geleden zo gek om een ruïne te kopen met een groot stuk land – er was een kersenboomgaard, 2 caves, een bron - en verbouwde dit eigenhandig en met, toen al!, Poolse arbeiders (@7fl. p/u) tot een heerlijk zomerhuis met een zonovergoten, door blauwe regen omzoomd terras.
Vanaf het grote terras kijk je diep het Rhône dal in, en zie je aan de overkant de besneeuwde Alpen van Zwitserland en Italië.
Je ziet ook hoe de elementen spelen met de natuur.
Hoe de wolken zich aanvleien als prille verliefden tegen de omliggende bossen of als botsende querulanten met die zelfde bossen vechten, de wind als dirigent haar capricieuze karakter tentoonstellend.
De wereld draait door, maar hier is ie bijna tot stilstand gekomen.
Gespeend van radio, televisie, netwerk lig ik hier heerlijk op het terras in een schommelende lounger.
Bij de tocht naar boven heb ik inkopen gedaan bij de intermarche. Ik heb water, brood, groenten en fruit. Meer heb ik niet nodig. O ja, en wijn.
Na een paar dagen geef ik me over aan de heerlijke Ardechoise Viognier of een Syrah uit Cornas of Hermitage. Sinds Latour [sorry boys – het wijnhuis, niet die tanige scharminkels op tweewielers] een flinke financiële injectie in dit wijngebied gestopt heeft, en goede wijnmakers heeft aangesteld, is de Ardeche ‘up and coming’, maar dit terzijde.
De voorraad boeken slinkt aanzienlijk. Eindelijk de Ooggetuige uitgelezen: dreigende en voorspellende roman over een psychiater die Hitler van zijn megalomanie probeert te genezen, geschreven in ’36!; vastgebeten in Tony Judts’ Postwar verrijk ik mijn kennis en begrip over de Europese geschiedenis.
Tuurlijk beide afgewisseld door de laatste Opzij [zomerthema: Lust en Verlangen] en de Esta [thema al weer vergeten ].
Als ik niet lees, lummel ik wat aan. Lummelen is tot kunst verheven, deze vakantie. Ik maai het gras, wied onkruid, bind de druiven goed op, ontdoe het huis van geleedpotigen, volg de tientallen vlinders.
Ik wandel eens links de berg af, een paar km naar beneden totdat ik in een beekje kan zwemmen. Klim dan weer ploeterend omhoog, mijn klaterschone huid weer met zweetpareltjes bedekkend.
Of ik wandel rechts de berg af, wederom een paar km en trek dan de bossen in, campagne overstekend totdat ik bij de, vòòr de tweede wereld oorlog gesloten, steen- en zilvermijnen kom.
Prachtige bouwvallen, ooit groots en imposant, steengroeven waar halfedelstenen het landschap laten fonkelen.
Op mijn wandelingen kom ik hooguit een geit tegen. Of zie een buizerd hangend in de lucht. De stilte is hier oorverdovend.
Bij aankomst in Chassac, ja, de hammeau heeft een naam, heb ik mijn opwachting gemaakt bij de langstlevende en langst wonende inburgers, een echtpaar van dik in de tachtig dat al meer dan 60 jaar op deze berg woont. Tijdens de koffie word ik bijgepraat over wat zoal gebeurd is, de afgelopen periode. Ooit liep madame 1 x p.w. de berg af om in de omliggende gehuchten en campings eigengemaakte picodon kaasjes en fromage frais te verkopen. Monsieur, die verbouwde het land.
Hij rijdt nu één keer per week met de auto, autostoel tegen het stuur aan geschoven, ogen priemend de bochten om starend, naar een minuscuul stukje land, om daar een beetje te ploeteren.
Het zijn schaduwspelen, want na 2 hartaanvallen is zijn wereldje nog kleiner geworden, en wacht de dood even rustig als zijn omgeving op hem.
Deze week is de hammeau in rep en roer. Een geweldig onweer heeft er voor gezorgd dat de telefoonkabels aan elkaar gesmolten zijn, en nu zit Chassac, maar ook 2 omliggende hammeaus zonder telefoon. En dit duurt nu al een week. Het is ‘terrible’, want ook al is het vacance, zonder telefoon is dit gebied volledig afgesloten van de wereld.
En ook al heeft de ‘portable’ zijn intree gedaan in lager gelegen gebieden, hier op de berg geldt dit niet.
De vaste lijn is in 1970 hier gekomen en here to stay.
De andere inwoners, welgeteld 7 mensen (2 zussen, 2 echtparen en een thuiswonende dochter) , 4 katten en 1 hond verzamelen om de haverklap bij madame en monsieur op het plaatsje om de laatste details van de ‘telecom’ te vernemen. De telecom heeft al meerdere pogingen tot herstel gedaan, resulterend in het verkeerd verbinden van de lijnen, wat een echte Babylonische spraakverwarring te weeg bracht.
‘Spreek ik nu met Madame Taboule?’ ‘Nee, dit is mijn nummer van de Valettes’ enzovoort. As we speak, is het euvel nog niet verholpen, en draait de tamtam weer op volle toeren.
Wat mij er toe bracht, bij mijn 2e kopje koffie van de week, te zeggen aan madame, dat de telefoon helemaal niet nodig is: ze weet immers precies wat er speelt op deze en de omliggende bergen.
En ik, vannacht had ik opeens bereik op mijn gsm en heb ik weer internet.
Soms is vooruitgang stilstand.
Daar waar de geasfalteerde weg steeds slechter, smaller en kronkeliger wordt. Daar waar je maag in opstand komt tegen nog een haarspeldbocht op nog grotere hoogte.
Daar waar Tom Tom het opgegeven heeft en je onbekend gps terrein betreedt. Daar waar het uitzicht en de lucht steeds adembenemender wordt.
Ergens voorbij die grote naaldboom, die je wuivend tegemoet riekt, haar harssappen een perfecte ruiker makend met buxus, wilde thijm en droge warmte.
Daar voorbij ligt een petit hammeau bestaand uit acht huizen, waarvan vijf al dan niet permanent bewoond en drie in ruines uiteengevallen zijn.
Daar, tenminste 35 min verwijderd van ‘het’ dorp en een uur van de route du soleil was een eigenzinnige ‘La Hollandaise’ dertien jaar geleden zo gek om een ruïne te kopen met een groot stuk land – er was een kersenboomgaard, 2 caves, een bron - en verbouwde dit eigenhandig en met, toen al!, Poolse arbeiders (@7fl. p/u) tot een heerlijk zomerhuis met een zonovergoten, door blauwe regen omzoomd terras.
Vanaf het grote terras kijk je diep het Rhône dal in, en zie je aan de overkant de besneeuwde Alpen van Zwitserland en Italië.
Je ziet ook hoe de elementen spelen met de natuur.
Hoe de wolken zich aanvleien als prille verliefden tegen de omliggende bossen of als botsende querulanten met die zelfde bossen vechten, de wind als dirigent haar capricieuze karakter tentoonstellend.
De wereld draait door, maar hier is ie bijna tot stilstand gekomen.
Gespeend van radio, televisie, netwerk lig ik hier heerlijk op het terras in een schommelende lounger.
Bij de tocht naar boven heb ik inkopen gedaan bij de intermarche. Ik heb water, brood, groenten en fruit. Meer heb ik niet nodig. O ja, en wijn.
Na een paar dagen geef ik me over aan de heerlijke Ardechoise Viognier of een Syrah uit Cornas of Hermitage. Sinds Latour [sorry boys – het wijnhuis, niet die tanige scharminkels op tweewielers] een flinke financiële injectie in dit wijngebied gestopt heeft, en goede wijnmakers heeft aangesteld, is de Ardeche ‘up and coming’, maar dit terzijde.
De voorraad boeken slinkt aanzienlijk. Eindelijk de Ooggetuige uitgelezen: dreigende en voorspellende roman over een psychiater die Hitler van zijn megalomanie probeert te genezen, geschreven in ’36!; vastgebeten in Tony Judts’ Postwar verrijk ik mijn kennis en begrip over de Europese geschiedenis.
Tuurlijk beide afgewisseld door de laatste Opzij [zomerthema: Lust en Verlangen] en de Esta [thema al weer vergeten ].
Als ik niet lees, lummel ik wat aan. Lummelen is tot kunst verheven, deze vakantie. Ik maai het gras, wied onkruid, bind de druiven goed op, ontdoe het huis van geleedpotigen, volg de tientallen vlinders.
Ik wandel eens links de berg af, een paar km naar beneden totdat ik in een beekje kan zwemmen. Klim dan weer ploeterend omhoog, mijn klaterschone huid weer met zweetpareltjes bedekkend.
Of ik wandel rechts de berg af, wederom een paar km en trek dan de bossen in, campagne overstekend totdat ik bij de, vòòr de tweede wereld oorlog gesloten, steen- en zilvermijnen kom.
Prachtige bouwvallen, ooit groots en imposant, steengroeven waar halfedelstenen het landschap laten fonkelen.
Op mijn wandelingen kom ik hooguit een geit tegen. Of zie een buizerd hangend in de lucht. De stilte is hier oorverdovend.
Bij aankomst in Chassac, ja, de hammeau heeft een naam, heb ik mijn opwachting gemaakt bij de langstlevende en langst wonende inburgers, een echtpaar van dik in de tachtig dat al meer dan 60 jaar op deze berg woont. Tijdens de koffie word ik bijgepraat over wat zoal gebeurd is, de afgelopen periode. Ooit liep madame 1 x p.w. de berg af om in de omliggende gehuchten en campings eigengemaakte picodon kaasjes en fromage frais te verkopen. Monsieur, die verbouwde het land.
Hij rijdt nu één keer per week met de auto, autostoel tegen het stuur aan geschoven, ogen priemend de bochten om starend, naar een minuscuul stukje land, om daar een beetje te ploeteren.
Het zijn schaduwspelen, want na 2 hartaanvallen is zijn wereldje nog kleiner geworden, en wacht de dood even rustig als zijn omgeving op hem.
Deze week is de hammeau in rep en roer. Een geweldig onweer heeft er voor gezorgd dat de telefoonkabels aan elkaar gesmolten zijn, en nu zit Chassac, maar ook 2 omliggende hammeaus zonder telefoon. En dit duurt nu al een week. Het is ‘terrible’, want ook al is het vacance, zonder telefoon is dit gebied volledig afgesloten van de wereld.
En ook al heeft de ‘portable’ zijn intree gedaan in lager gelegen gebieden, hier op de berg geldt dit niet.
De vaste lijn is in 1970 hier gekomen en here to stay.
De andere inwoners, welgeteld 7 mensen (2 zussen, 2 echtparen en een thuiswonende dochter) , 4 katten en 1 hond verzamelen om de haverklap bij madame en monsieur op het plaatsje om de laatste details van de ‘telecom’ te vernemen. De telecom heeft al meerdere pogingen tot herstel gedaan, resulterend in het verkeerd verbinden van de lijnen, wat een echte Babylonische spraakverwarring te weeg bracht.
‘Spreek ik nu met Madame Taboule?’ ‘Nee, dit is mijn nummer van de Valettes’ enzovoort. As we speak, is het euvel nog niet verholpen, en draait de tamtam weer op volle toeren.
Wat mij er toe bracht, bij mijn 2e kopje koffie van de week, te zeggen aan madame, dat de telefoon helemaal niet nodig is: ze weet immers precies wat er speelt op deze en de omliggende bergen.
En ik, vannacht had ik opeens bereik op mijn gsm en heb ik weer internet.
Soms is vooruitgang stilstand.
Reset your brain
Er staat wat te gebeuren. De avondlucht is pregnant ervan.
Voelen jullie het ook?
Ik ben best wel zenuwachtig.
Ijsbeer cirkels in het parket. Spring gaten in de lucht.
Mijn hersenpan maakt overuren.
Spanning wordt bijkans ondraaglijk. Heb een aderlating nodig.
Wat, hoe, wanneer, hoeveel, waarmee, JAJAJAJA.
Het loopt vol in mijn hoofd. O nee, hoeveel is duidelijk: Genoeg!
Ik zwem in een bad gevuld met koperen centjes. Dagoberta Duck. Geef het geld weer uit als water. Koop mijn eigen droomeiland, en doe maar gelijk ook een Forbes 500 business erbij.
Die hoef je dan zelf niet meer van de grond af te trekken. Heb je weer tijd over voor andere zaken.
Ik meet mezelf een nieuw lichaam aan en en passant een reset van mijn brain.
Ik ben een filantroop met een miljonairachtige inborst.
Of een miljonaire met een filantropische inborst.
Maakt het uit? Nee, niet als je wint.
Morgen is het zover. Met mij hopen vele medelanders op verlossing. Twee keer zoveel als normaal is verkocht.
Ruim 6,5 miljoen vodden papier zonder intrinsieke waarde. Het zijn call-opties voor ons dummies.
Voor wie het nog niet weet, morgen incasseert de staat 20% van de verkochte ‘calls’.
Niet gek, als je benzineaccijns inkomsten opeens krimpen, vanwege een positief reisadvies naar Duitsland.
En iemand, die wint de jackpot! Want die valt, zoveel is zeker.
Mag ik het zijn alsjeblieft? Niet omdat ik het nodig heb, maar gewoon als genoegdoening.
In verband met een nieuw aan te schaffen huis, ontleedde ik onlangs mijn expenses in detail.
En nu blijkt, dat ik Fien elke maand automatisch 40,50 euri schenk –geheel vrijwillig- aan de staatsloterij
Ik ben gehedged, dat weer wel.
Ik heb een 1/5 straatje en 1/1 lot. Beide met Jackpot.
Vraag me niet waarom. Snap je nu dat ik die reset heel hard nodig heb?
Ennuh, ik zeg pas na 10 juli mijn loten op. Ik ben toch niet gek!
Voelen jullie het ook?
Ik ben best wel zenuwachtig.
Ijsbeer cirkels in het parket. Spring gaten in de lucht.
Mijn hersenpan maakt overuren.
Spanning wordt bijkans ondraaglijk. Heb een aderlating nodig.
Wat, hoe, wanneer, hoeveel, waarmee, JAJAJAJA.
Het loopt vol in mijn hoofd. O nee, hoeveel is duidelijk: Genoeg!
Ik zwem in een bad gevuld met koperen centjes. Dagoberta Duck. Geef het geld weer uit als water. Koop mijn eigen droomeiland, en doe maar gelijk ook een Forbes 500 business erbij.
Die hoef je dan zelf niet meer van de grond af te trekken. Heb je weer tijd over voor andere zaken.
Ik meet mezelf een nieuw lichaam aan en en passant een reset van mijn brain.
Ik ben een filantroop met een miljonairachtige inborst.
Of een miljonaire met een filantropische inborst.
Maakt het uit? Nee, niet als je wint.
Morgen is het zover. Met mij hopen vele medelanders op verlossing. Twee keer zoveel als normaal is verkocht.
Ruim 6,5 miljoen vodden papier zonder intrinsieke waarde. Het zijn call-opties voor ons dummies.
Voor wie het nog niet weet, morgen incasseert de staat 20% van de verkochte ‘calls’.
Niet gek, als je benzineaccijns inkomsten opeens krimpen, vanwege een positief reisadvies naar Duitsland.
En iemand, die wint de jackpot! Want die valt, zoveel is zeker.
Mag ik het zijn alsjeblieft? Niet omdat ik het nodig heb, maar gewoon als genoegdoening.
In verband met een nieuw aan te schaffen huis, ontleedde ik onlangs mijn expenses in detail.
En nu blijkt, dat ik Fien elke maand automatisch 40,50 euri schenk –geheel vrijwillig- aan de staatsloterij
Ik ben gehedged, dat weer wel.
Ik heb een 1/5 straatje en 1/1 lot. Beide met Jackpot.
Vraag me niet waarom. Snap je nu dat ik die reset heel hard nodig heb?
Ennuh, ik zeg pas na 10 juli mijn loten op. Ik ben toch niet gek!
Groen
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben absoluut groen te noemen.
Heb groene vingers, kan groen zien van jaloezie, geef mensen graag het groene licht.
Ook heb ik een groene kaart, het groene boekje, draag ik graag zeegroen, hou ik ook van groene blaadjes en was ik ooit een groentje.
En te vaak is het gras aan de overkant...
En waar het op milieu en duurzaam leven aankomt: ik heb groene stroom, stem groenlinks (soms tegen beter weten in), recycle, scheid mijn HT & K afval (ofschoon het in Rotterdam toch weer op één hoop komt), heeft mijn zoon een oogappelrekening van Triodos, inclusief zijn eigen appelboom en probeer ik veelal biologisch [toekomst: te telen in mijn volkstuin] te eten.
Stuur me een acceptgiro en ik los graag mijn schuldgevoel af en steun ik het groene doel.
Klein begin, begin bij jezelf. Maar daarmee is het wel zo’n beetje gezegd.
Een van mijn beste vriendinnen is de verwezenlijking van de groene droom. Zij stort niet alleen geld op rekeningen, nee zij is én lid én vrijwilliger voor meerdere organisaties en dat meerdere keren per jaar. In een ongelooflijk tempo en sociaal bewustzijn ontplooit ze haar eigen initiatieven, zet zich in voor de plaatselijke politiek, is vegetariër, begraaft haar overleden goudvissen (ik spoel ze door het toilet) en consumindert.
I hold a candle up to her! Had ik maar iets van haar begeestering.
Groen is koel! Groen geeft je een goed gevoel. Een groene grasmat is essentieel voor een goed EK.
Ik heb sinds kort een volkstuin. Ook koel. Maar doordat ik én/én nastreef, wat niet altijd lukt (soms komt een weerstandsprobleem om de hoek kijken) zijn de gewassen in mijn moestuin en het gras doorgeschoten.
En ik vind dat je kunt doorschieten met groen.
Want schillen we met de kaasschaaf komkommers en met de dunschiller harde kazen; als je kraan lekt moet je de druppels opvangen tot de loodgieter komt en dan kun je er de auto mee wassen. De auto mee wassen?
Mijn lieve vriendin toverde deze week wel een zeer brede en langverwachte grijns op mijn gezicht, gevolgd door een bulderende schaterlach. Net zo gewenst als het onweer van deze week.
“Ken je greenchoice?”. Ik denk gelijk aan een concurrerende energieleverancier.
“Ik heb van de week zo’n leuk klein groen zandlopertje gekregen”, vervolgt ze.
“Als je snel bent: de eerste 5000 aanmelders krijgen er een”.
“Jaaaah, zeg ik aarzelend, en wat doe ik daar dan mee?”
“Nou, als ik ga douchen draai ik het …..”.
Mijn buik begint te rollen, mijn mondspieren trekken eindelijk weer eens omhoog en ik lach.
“Je bedoelt dat jij elke keer als je gaat douchen het groene zandlopertje omzet?”
“Ja, dan bespaar je water!”, voegt ze er nodeloos aan toe.
Die boodschap was wel helder.
“Alleen, ja, we hebben in de douche een mannetje en een vrouwtje plankje”.
Mijn ogen rollen. Ik krijg weer eens een inkijkje in de man/vrouw relatie. “Mijn plankje is vol, en mijn vriend wil niet dat ik het zandlopertje op zijn bijna lege plankje zet”. (Dit roept om een ander blog )
“Lieve schat, pleur op met je groene zandlopertje.
Bespaar water, douche met je lief!”
http://www.comeclean.com/
Heb groene vingers, kan groen zien van jaloezie, geef mensen graag het groene licht.
Ook heb ik een groene kaart, het groene boekje, draag ik graag zeegroen, hou ik ook van groene blaadjes en was ik ooit een groentje.
En te vaak is het gras aan de overkant...
En waar het op milieu en duurzaam leven aankomt: ik heb groene stroom, stem groenlinks (soms tegen beter weten in), recycle, scheid mijn HT & K afval (ofschoon het in Rotterdam toch weer op één hoop komt), heeft mijn zoon een oogappelrekening van Triodos, inclusief zijn eigen appelboom en probeer ik veelal biologisch [toekomst: te telen in mijn volkstuin] te eten.
Stuur me een acceptgiro en ik los graag mijn schuldgevoel af en steun ik het groene doel.
Klein begin, begin bij jezelf. Maar daarmee is het wel zo’n beetje gezegd.
Een van mijn beste vriendinnen is de verwezenlijking van de groene droom. Zij stort niet alleen geld op rekeningen, nee zij is én lid én vrijwilliger voor meerdere organisaties en dat meerdere keren per jaar. In een ongelooflijk tempo en sociaal bewustzijn ontplooit ze haar eigen initiatieven, zet zich in voor de plaatselijke politiek, is vegetariër, begraaft haar overleden goudvissen (ik spoel ze door het toilet) en consumindert.
I hold a candle up to her! Had ik maar iets van haar begeestering.
Groen is koel! Groen geeft je een goed gevoel. Een groene grasmat is essentieel voor een goed EK.
Ik heb sinds kort een volkstuin. Ook koel. Maar doordat ik én/én nastreef, wat niet altijd lukt (soms komt een weerstandsprobleem om de hoek kijken) zijn de gewassen in mijn moestuin en het gras doorgeschoten.
En ik vind dat je kunt doorschieten met groen.
Want schillen we met de kaasschaaf komkommers en met de dunschiller harde kazen; als je kraan lekt moet je de druppels opvangen tot de loodgieter komt en dan kun je er de auto mee wassen. De auto mee wassen?
Mijn lieve vriendin toverde deze week wel een zeer brede en langverwachte grijns op mijn gezicht, gevolgd door een bulderende schaterlach. Net zo gewenst als het onweer van deze week.
“Ken je greenchoice?”. Ik denk gelijk aan een concurrerende energieleverancier.
“Ik heb van de week zo’n leuk klein groen zandlopertje gekregen”, vervolgt ze.
“Als je snel bent: de eerste 5000 aanmelders krijgen er een”.
“Jaaaah, zeg ik aarzelend, en wat doe ik daar dan mee?”
“Nou, als ik ga douchen draai ik het …..”.
Mijn buik begint te rollen, mijn mondspieren trekken eindelijk weer eens omhoog en ik lach.
“Je bedoelt dat jij elke keer als je gaat douchen het groene zandlopertje omzet?”
“Ja, dan bespaar je water!”, voegt ze er nodeloos aan toe.
Die boodschap was wel helder.
“Alleen, ja, we hebben in de douche een mannetje en een vrouwtje plankje”.
Mijn ogen rollen. Ik krijg weer eens een inkijkje in de man/vrouw relatie. “Mijn plankje is vol, en mijn vriend wil niet dat ik het zandlopertje op zijn bijna lege plankje zet”. (Dit roept om een ander blog )
“Lieve schat, pleur op met je groene zandlopertje.
Bespaar water, douche met je lief!”
http://www.comeclean.com/
Oogappel
Gelezen: mijn daghoroscoop in de metro krant van vandaag.
“Als u een oogje op iemand heeft, neem dan actie. U zult succes hebben”.
Plaats van handeling: De afdeling Spoedeisende Hulp van het Oogziekenhuis in Rotterdam. Gelukkig ben ik niet gespeend van enige humor en zelfspot, dus een onderdrukte lach kon er nog net bij. Onderdrukt, want te veel lach drukt op mijn pijnlijke oog.
Sinds ik mijn zoon heb, besef ik mijn mortaliteit – dat is dan gelijk het enige minpunt van ouder zijn – en zijn enige hypochondrische gedachten mij niet vreemd. Wat begon als een pijnlijk rood oog op woensdag dat met doktersbezoeken en antibiotica behandeld werd, werd alleen maar pijnlijker, zwol meer op, nog roder, dikker. Ogenschijnlijk hielp niets. Doordat ik daarnaast allerlei meer pijntjes ging voelen, die toch wel heel veel met griep en zwaar verkouden te maken hebben, maar voor mij op dat moment vertaald werden naar het ergste een hersentumor waar mijn vader ook midden veertig aan overleden is, stond ik vanochtend weer op de stoep van de huisarts. Die vervolgens flink schrok van mijn boze oog en me gelijk doorverwees nadat hij eerst nog wat codeïne en ibuprofen voorschreef tegen de op scheermesjes lijkende doorklievende pijnen.
Anderhalf uur en een kordate oogarts verder. Diagnose flinke bindvliesontsteking. Viraal, daarom werkte antibioticum niet. Advies uitzieken. Hoopgevende woorden van de arts: “Reken maar op 2 weken en dat uw andere oog ook nog besmet raakt. En nee u stelt zich niet aan, dit doet heel erg pijn. En het is besmettelijk”. Waarop ze demonstratief de oogapparatuur, tafel en handen ging ontsmetten. Advies uitzieken ter harte genomen en ziek gemeld.
Met dit mooie weer is mijn voorjaar begonnen en ga ik op mijn balkon me eens flink beraden op mijn daghoroscoop. Wie wordt mijn oogappel?!
“Als u een oogje op iemand heeft, neem dan actie. U zult succes hebben”.
Plaats van handeling: De afdeling Spoedeisende Hulp van het Oogziekenhuis in Rotterdam. Gelukkig ben ik niet gespeend van enige humor en zelfspot, dus een onderdrukte lach kon er nog net bij. Onderdrukt, want te veel lach drukt op mijn pijnlijke oog.
Sinds ik mijn zoon heb, besef ik mijn mortaliteit – dat is dan gelijk het enige minpunt van ouder zijn – en zijn enige hypochondrische gedachten mij niet vreemd. Wat begon als een pijnlijk rood oog op woensdag dat met doktersbezoeken en antibiotica behandeld werd, werd alleen maar pijnlijker, zwol meer op, nog roder, dikker. Ogenschijnlijk hielp niets. Doordat ik daarnaast allerlei meer pijntjes ging voelen, die toch wel heel veel met griep en zwaar verkouden te maken hebben, maar voor mij op dat moment vertaald werden naar het ergste een hersentumor waar mijn vader ook midden veertig aan overleden is, stond ik vanochtend weer op de stoep van de huisarts. Die vervolgens flink schrok van mijn boze oog en me gelijk doorverwees nadat hij eerst nog wat codeïne en ibuprofen voorschreef tegen de op scheermesjes lijkende doorklievende pijnen.
Anderhalf uur en een kordate oogarts verder. Diagnose flinke bindvliesontsteking. Viraal, daarom werkte antibioticum niet. Advies uitzieken. Hoopgevende woorden van de arts: “Reken maar op 2 weken en dat uw andere oog ook nog besmet raakt. En nee u stelt zich niet aan, dit doet heel erg pijn. En het is besmettelijk”. Waarop ze demonstratief de oogapparatuur, tafel en handen ging ontsmetten. Advies uitzieken ter harte genomen en ziek gemeld.
Met dit mooie weer is mijn voorjaar begonnen en ga ik op mijn balkon me eens flink beraden op mijn daghoroscoop. Wie wordt mijn oogappel?!
Abonneren op:
Posts (Atom)