maandag 11 augustus 2008

Totti va bene

Waarschuwing!

Voor diegenen die nooit aan mijn integriteit twijfelen: lees niet verder.

Voor al die anderen die weten dat ik een vrouw ben met menselijke trekjes en zo nu en dan de meest vreemde sprongen fysiek, en vooral in mijn hoofd maak: lees verder. Zeker als jullie ook weten dat ik genoeg zelfspot heb en weinig ego om me zelf langs de kritische meetlat te leggen, mijn gedachten te beoordelen en hier onbeschadigd uit te komen.



Ik ben een ongelooflijke vooringenomen lellebel.


Zo, dat is maar gezegd!

Vanmiddag reisde ik terug met de TGV van zuid Frankrijk naar Rotterdam.
Ik stapte op in Valence. Mijn gereserveerde kaartje was voor aan het raam terwijl ik altijd gangpad wil, of ik nou trein of vliegtuig reis.
Ik hoopte dat ik niet in zo'n viertje met opklaptafeltje zou zitten.
Het begon al goed. Ik had een viertje en nog volledig bezet ook!
Tegenover mij zat een nonchalant in foute Gucci kleding klein type souteneur met blote voeten verstrekkend over 'mijn' helft. Naast hem een nette dame.
De man naast mij, mediterrane look, blauw shirt, D&G broek met half negroïde peuter op zijn schoot. En hier moest ik tussen.
Volgende keer weer echt eerste klas, dacht ik gelijk, als ik geen zin heb te rijden.

Toen ik me geïnstalleerd had, begon de kleine jongen te krijsen: ik zat op zijn plek. Maar hij reisde gratis vanwege zijn leeftijd en moest dus nu in de volle trein zijn plekje afgeven.
De nette dame bood iets te snel aan, een andere plek te kiezen en verdween. Alarmbelletje had moeten afgaan.
Na de stoelendans zat ik in de hoek met tegenover mij de papa en diens zoontje.

Terzijde: ik ben al 2 weken zonder mijn eigen zoon, maar mijn oxytoxine niveau was onverminderd hoog, misschien juist door het gemis.
Ik maakte contact met de kleine in mijn beste bébé Frans, ‘Salut chouchou’.
Het jochie bleek precies 1 dag ouder te zijn dan mijn zoon, en zat midden in het peuter puberen. Hij was al 4 uur onderweg met papa, had nog niet geslapen en was flink aan het dreinen. Papa zuchtte en steunde vooral.
'Comment il s'appelle?', vroeg ik. 'Ayrton'. 'de Senna?', vroeg ik. 'Exactement!'.
Hij leek in het niets op de ook door mij bewonderde Senna.

Zijn fatale ongeluk herinner ik me als de dag van gisteren. Ik zat in die periode elke F1 zondag aan de buis gekluisterd en zie hem nog crashen in de Tamburello corner van het Imola circuit. Dood: dat was voor mij gelijk duidelijk, ook al duurde het een eeuwigheid, voordat er medische hulp kwam en de camera uit piëteit op hield met inzoomen.

Ik bestudeerde eens mijn reisgezelschap. Bedacht dat de twee mannen met kind reisden.
Beetje ongewassen types, klein of groot dealend in allerlei geestverruimende middelen.
Route du soleil, zag ik opeens in andere betekenis.
Ik ben nooit te beroerd mensen gelijk te beoordelen.

Kleine Ayrton met kroeskop, donkerbruine ogen, speen in mond en vies slabbetje om had echter besloten dat hij de ruimte nodig had. Ik bemoeide me met hem, leidde hem af. Hij klom steeds van de bank af, mijn voeten schurend, smeet met water en brood.
Papa deed niet zoveel. En ik, ik had alle geduld van de wereld.
Ayrton was doodmoe, had een flinke knuffel nodig en zou dan zo in slaap vallen. Maar ’t was niet mijn kind, dus bemoeide ik me alleen in die mate: helpen met spullen oprapen, flesje pap schudden, terwijl papa trachtte zijn kind te sturen. Maar een 22 maand oude peuter heeft grenzen nodig. Niet steeds laten fladderen, terwijl je aan alles merkt dat hij doodop is.
Ayrton begon steeds luider door de coupé te racen, papa er achter aan.
Papa verontschuldigde zich tegenover iedereen, manieren had hij.
De kleinere man verdween, mij opeens twee plekken gunnend.
Ik raakte in gesprek met papa.
Hij reisde met zoon naar Brussel om een nieuwe stempel in’ t paspoort van zijn zoon te krijgen. Zoonlief was daar geboren, toen hij daar werkte, zijn vrouw was Congolese en nu woonden ze in Monaco.
In gedachten dichtte ik papa een steeds dubieuzer metier toe.
Papa had nog een zoon, 6 jaar ouder dan Ayrton, genaamd Johan en haalde zijn billfold uit zijn broekzak en toonde me een fotootje van hem. Ik pakte vervolgens mijn zoons pasfoto erbij en de komende 4 uur was ik een fulltime stand-in moeder. Ik kweet mijn taken met een enthousiasme dat steeds meer taande naarmate papa niet ingreep.
Ayrton had zijn handje al vastgeklemd gezien tussen de schuifdeuren van de coupé, stootte zich steeds vaker tollend ergens tegen aan en papa werd letterlijk steeds moede(r)lozer, en elk tweede woord dat hij zei was ‘putain’.
Als de TGV stopte, stoof papa met kind naar buiten om zijn broodnodige nicotine gehalte op peil te houden. Anderen uit de coupé volgden.
Na 2,5 uur stortte het jochie in elkaar en viel in slaap, de hele breedte van de bank innemend. Papa zette zich naast mij neer, en ik streelde Ayrton’s beentje en hoofdje tot hij goed wegzakte.
Rust!
Ik las weer verder in de laatste
Vanity Fair, welk een goed onderbouwde analyse bracht over Hillary’s misgelopen race naar het witte huis.

Papa praatte met een man aan een ander viertje over allerlei zaken. Ik ving iets op van ‘Je fais le foot..’, maar sloeg er geen acht op.
De kleinere man was inmiddels teruggekeerd. Die was in een ander treinstel gaan slapen. De drie mannen praatten honderduit en bij de volgende stop stoven ze weer naar buiten, daarna stinkend van sigarettenrook terugkerend.

Ayrton, liet papa aan mij over.
Ongeveer een uur voor Brussel werd Ayrton weer wakker en ging papa weer naast hem zitten. Ayrton was een stuk opgewekter.
Inmiddels raakte ik toch wel nieuwsgierig naar papa en wendde me eventjes in het mannengesprek en vroeg heel dom ‘Vous habitez en Monaco?’.(Had ik het goed gehoord?) Hij vertelde dat Monaco erg duur was, maar ik durfde niet te vragen wat hij precies deed, want zo geïnteresseerd was ik tot nu toe niet geweest. Mijn interesse en medeleven gingen alleen uit naar zijn zoontje.

Toen koppelde ik ‘le foot’, Johan en Monaco aan elkaar.
Short circuit! Had ik niet met een voetballer van doen? Zijn zoons waren geboren in Brussel, zijn vrouw in Congo en hij was Frans? Nee, hij was van oorsprong Italiaan, zei hij. Naar wie was zijn zoontje Johan vernoemd dan?

Ik keek eens goed naar zijn blauwe shirt. Nu pas viel het me op dat het een voetbalshirt was. Erop stond iets van mondial 2006 en F Totti.
Op zijn mouw stond Francesco Totti.
Ik keek nog eens naar papa.
Hij was een Azurro? Was hij Totti?
Van Totti wist ik dat vele vrouwen hem aantrekkelijk vonden.
Hem beoordelend, kon ik dat niet van mezelf zeggen.
Ik ben al 10 jaar geleden afgehaakt bij het Nederlandse en mondiale voetbal, zelfs deze zomer ten spijt en zelfs ten spijt dat ik als jonge twintiger en slechts 1 week ouder, mij verlekkerde aan Marco van Basten. Wat ik wil zeggen, is dat ik geen idee heb hoe Who the F*ck Totti er uit ziet.

Maar dat maakte allemaal niet meer uit.
Mijn overalerte geest maakte een 180 graden turn van morsig, ongewassen sujet naar Italiaanse voetbal international.
En ik, ik begon te flirten!
Ik had de hele reis moederlijke aandacht voor Ayrton gehad, nu legde ik het er met andere motieven nog meer bovenop. En maakte oogcontact en lichaamscontact met Totti.

Waarom in godsnaam? Ik vond hem nog steeds niet bepaald aantrekkelijk, maar keurde hem nog maar eens op kleding en lijf.
Had ik in één keer 4 uur doorgebracht met een voetballer in een trein, zijn zoontje bij me op schoot gehad: Ayrton Totti?!

If you hang out with the famous, you hope something will rub off of them.
Zoiets, geloof ik, als ik mijn gedrag maar eens analyseer.
Ik durfde geen handtekening te vragen, ik overwoog het wel.

Bij het verlaten van de trein in Brussel kuste ik Ayrton en schudde Totti mijn hand. ‘Merci et Bon voyage’, is het laatste dat we deelden.

Geen opmerkingen: