Gelukkig heb ik de laatste dagen wat ruimte tussen de films in.
Door roostering en een zieke oppas.
Dat is niet erg.
De wetten van Gossen komen om de hoek kijken.
Verzadiging of gewoon mentale moeheid?
Als je een boek leest, kun je het weg leggen, laten bezinken, weer oppakken, een hoofdstuk opnieuw lezen.
Jij bepaalt wat je absorbeert.
Met film, en specifiek het soort films dat wij zien, krijg je in een afgemeten tijd alles wat verteld en niet verteld moet worden voorgeschoteld.
Over je heen gespoeld.
In your face.
En we rennen door naar de volgende.
Gisteren zelfs letterlijk.
Ik verliet een film om het begin niet te missen van een volgende. Absurd!
Misschien was het einde mooier dan het begin.
Parque Via
Eenvoudig verhaal, subliem verfilmd. Met schokkend, maar prachtig eind.
Beto, een oudere Mexicaanse man past op een kast van een huis.
Antikraak? Nee. Dat siert de man niet.
Het huis behoort toe aan een zeer welgestelde dame.
Beto verzorgt het huis, maait het gras, zorgt dat het in prima staat blijft.
Beto houdt van structuur en alleen zijn.
Staat op dezelfde tijd op, wast zich, weegt zich. Dwangmatig. Hij zit vast in zijn patroon.
Een enkele keer komt er iemand kijken voor het huis.
Beto is dan een en al spanning.
Blij als de koop niet doorgaat. Na 30! jaar valt het doek voor het huis.
Beto moet op zoek naar een andere baan. Zijn bazin voelt zich verplicht, hij is immers verweven met haar familie, om iets te zoeken.
Maar wat past bij hem, want zegt hij zelf “ik ben een typisch geval’.
Het eind zag ik niet, ik moest naar de volgende film, dus verklap ik hem ook niet.
Maar: hij doet iets waardoor zijn status quo en zijn manier van leven op dezelfde manier voortgezet wordt.
Een gelukkige oude dag.
Dogging- a love story
Wat je van ver haalt is lekker.
Engeland is niet ver genoeg!
Een tic van mij is dat ik verslaafd ben aan Engelse tabloids – pulp dus.
Elke ochtend lees ik naast de Trouw, NRC en de Volkskrant ook The Sun, The Daily Mail en The Mirror. In balans.
Zo kan het dus komen dat het begrip ‘Dogging’ mij geheel bekend is.
Dogging is voyeurisme meets exhibitionisme in een kleine ruimte op een openbare plek.
Niet de Peeping Tom ruimte in een seksbioscoop, maar het aanschouwen van copulerende mensen in een auto.
Getting their rocks off. ‘nuff said?
De film is zo van nu – hip geschoten in een hippe stad Newcastle.
Beginnend journalist onderzoekt het thema en gaat er in mee.
Een love story sausje wordt er doorheen gemixt.
Al met al een redelijk geslaagde film.
Veel Geordie slang en Britse humor.
Swinging dicks.
Gezien het feit dat ik tabloids blijf lezen, kan ik jullie nu vast voorspellen dat de volgende film met thema roasting ook gemist mag worden.
Of je moet erg van Brits voetbal houden.
Guidance
Je bent 55. Je man is 2 jaar ouder dan jou, en al even lang thuis, wegens een zere rug.
Neigt naar depressie, maar dat wordt door hem niet onderkend. Je probeert alles om hem uit zijn spiraal te laten doorbreken en vindt een alternatieve genezer.
Je krijgt je man zo ver om in totale isolatie, mee te gaan in een Shock therapy treatment.
Veel fysieke inspanning, streng macrobiotisch dieet. Jij ontspant met 1op1 sessies met je gymleraar, maar voelt je al snel schuldig.
Alternatieve genezer blijkt zelf niet stabiel, heeft de navelstreng met zijn teacher nog niet door kunnen scheuren, en dit leidt tot heftige ontknoping.
Toch komt je man zonder rugpijn en gezonde blos thuis. Rara wat gebeurde er in de laatste scènes?!
‘Stress and anxiety mature the development of the Self’.
Mooi rookiedebuut van Zweedse hunk.
Higher force
Vermakelijke, droge IJslandse klucht.
Hier en daar loepzuiver, hier en daar gruis.
Openingsscene meest shocking. Detoneert. Neem een stelletje IJslandse debt collectors, zonder ruggengraat. Poesjes. Coen brothers achtige spoof.
Persoonsverwisselingen, op schuiven in de rangorde van de gang.
Voorspelbaar eind. Toch veel gelachen. Gelukkig, werd tijd ook.
Strength of water
Nieuw Zeelands debuut over een Maori tweeling.
Als een van de tweeling overlijdt door een tragisch ongeluk, kan het broertje er niet mee om gaan.
Hij blijft haar zien, weigert afscheid te nemen, raakt ontregeld, uit zijn verdriet in woede naar zijn familieleden.
Prachtige authentieke film.
Geschoten in dat prachtige land.
Een aanrader!
Met Tom Tom kom je nog eens ergens..... Mots pressés, mots sensés, Mots qui disent la verité? Mots maudits, mots mentis, Mots qui manquent le fruit d'esprit. What are words worth? What are words worth? Words
woensdag 28 januari 2009
IFFR 2009 - Contemplatie
Naar mate je meer onder water gaat in het IFFR, je meer in het donker bent dan in het licht, raak je in een soort contemplatieve staat.
Dit komt ook door de films, die bij je binnen komen.
Soms letterlijk jouw wereld binnen dringen.
Je vereenzelvigt met een thema, je gaat op reis in de film, naar een land of een andere levensfase.
Eergisteren hadden alle vier de films een reden tot overpeinzing.
Involuntary
Zweedse film bestaand uit 5 fragmentarische verhalen met een gemeenschappelijke deler: groepsgedrag.
Hoe afwijkend ben je t.o.v de rest in een bepaalde setting?
Hou je vast aan je eigen idee of laat je je door peerpressure verleiden?
Soms pijnlijke, soms kolderieke voorbeelden. Knap geschetst.
Film ist: a girl & a gun
Tsja, de Duitse documaker kwam in een archief erotisch werk tegen, daterend vanaf de eerste film tot 1930.
Koppelde dat aan beelden uit dezelfde periode van de oorlog.
Goh, een zeppelin, granaat, kanon – is allemaal fallisch.
Gooide een evolutiesausje erover heen met wat Griekse filosofische uitspraken.
Laten we vooral Sappho nemen, die beft bekt zo lekker, en ‘hey presto’: ik heb een waardig document.
Hmmmmmmm. Nee dus.
Wat mij wel weer intrigeerde: in nagenoeg elk erotisch/pornografisch filmpje komen de dames er weer bekaaid van af.
Ook bestialiteit is van alle tijden, daar hoef je de bijbel niet op na te slaan.
Die arme herdershonden…
Voor wat betreft make-up, kleding, tijdbeeld vond ik het een genot om naar te kijken – wanneer ik niet sliep -.
Prachtige zijden gewaden, Charleston, lobkousen, mannen in pak, robe-manteaux.
Wel weet ik nu waarom Duitsers alles nasynchroniseren.
Ze kunnen niet vertalen!
Sunrise/sunset
Documentaire van Russische topmakelij over de Dalai Lama.
In één woord geweldig!
Voor €6,70 kregen wij een bijna 2 uur durende lecture van ‘himself’.
Legde de eenvoud uit van zijn gedachtegoed en dat van Boeddhisme.
En liet je achter met allerlei vragen, overpeinzingen.
Ik kan er niets meer over schrijven dan dit; het houdt me al dagen bezig.
Still Walking
De dag sloot met een Japans pareltje.
Gezin dat elk jaar bijeenkomt om de tragische dood van hun oudste zoon te herdenken.
Hoewel liefde de familiebanden in stand houdt, broeden geheimen en rancune onder de oppervlakte.
Vader is een gepensioneerd arts, die wilde dat een van de zoons in zijn voetsporen was gevolgd. De jongste nog levende zoon, die kunstenaar wil zijn, maar zijn karig bestaan verbloemt, zich schaamt.
Getrouwd is met een weduwe met kind.
Moeder die aan dochter meedeelt ‘Waarom een weduwe? Was het maar een gescheiden vrouw: die haat tenminste haar ex’.
Dochterlief die te lui is om te werken, en alleen aast op het huis van haar ouders.
Een vertelling over de essentie van het leven.
Een prachtig eind vol rituelen. Mooi!
Dit komt ook door de films, die bij je binnen komen.
Soms letterlijk jouw wereld binnen dringen.
Je vereenzelvigt met een thema, je gaat op reis in de film, naar een land of een andere levensfase.
Eergisteren hadden alle vier de films een reden tot overpeinzing.
Involuntary
Zweedse film bestaand uit 5 fragmentarische verhalen met een gemeenschappelijke deler: groepsgedrag.
Hoe afwijkend ben je t.o.v de rest in een bepaalde setting?
Hou je vast aan je eigen idee of laat je je door peerpressure verleiden?
Soms pijnlijke, soms kolderieke voorbeelden. Knap geschetst.
Film ist: a girl & a gun
Tsja, de Duitse documaker kwam in een archief erotisch werk tegen, daterend vanaf de eerste film tot 1930.
Koppelde dat aan beelden uit dezelfde periode van de oorlog.
Goh, een zeppelin, granaat, kanon – is allemaal fallisch.
Gooide een evolutiesausje erover heen met wat Griekse filosofische uitspraken.
Laten we vooral Sappho nemen, die beft bekt zo lekker, en ‘hey presto’: ik heb een waardig document.
Hmmmmmmm. Nee dus.
Wat mij wel weer intrigeerde: in nagenoeg elk erotisch/pornografisch filmpje komen de dames er weer bekaaid van af.
Ook bestialiteit is van alle tijden, daar hoef je de bijbel niet op na te slaan.
Die arme herdershonden…
Voor wat betreft make-up, kleding, tijdbeeld vond ik het een genot om naar te kijken – wanneer ik niet sliep -.
Prachtige zijden gewaden, Charleston, lobkousen, mannen in pak, robe-manteaux.
Wel weet ik nu waarom Duitsers alles nasynchroniseren.
Ze kunnen niet vertalen!
Sunrise/sunset
Documentaire van Russische topmakelij over de Dalai Lama.
In één woord geweldig!
Voor €6,70 kregen wij een bijna 2 uur durende lecture van ‘himself’.
Legde de eenvoud uit van zijn gedachtegoed en dat van Boeddhisme.
En liet je achter met allerlei vragen, overpeinzingen.
Ik kan er niets meer over schrijven dan dit; het houdt me al dagen bezig.
Still Walking
De dag sloot met een Japans pareltje.
Gezin dat elk jaar bijeenkomt om de tragische dood van hun oudste zoon te herdenken.
Hoewel liefde de familiebanden in stand houdt, broeden geheimen en rancune onder de oppervlakte.
Vader is een gepensioneerd arts, die wilde dat een van de zoons in zijn voetsporen was gevolgd. De jongste nog levende zoon, die kunstenaar wil zijn, maar zijn karig bestaan verbloemt, zich schaamt.
Getrouwd is met een weduwe met kind.
Moeder die aan dochter meedeelt ‘Waarom een weduwe? Was het maar een gescheiden vrouw: die haat tenminste haar ex’.
Dochterlief die te lui is om te werken, en alleen aast op het huis van haar ouders.
Een vertelling over de essentie van het leven.
Een prachtig eind vol rituelen. Mooi!
Labels:
iffr2009,
involuntary,
still walking,
sunrise/sunset
zondag 25 januari 2009
IFFR 2009 - Nieuwe lichting
Het IFFR staat dicht bij haar publiek,is laagdrempelig.
Leeft ook van het publiek, want op elk ander festival worden films beoordeeld door recensenten in plaats van door wie het bestemd is.
Menig regisseur en acteur is aanwezig, bereid om een intro te doen.
En vandaag drie keer Rutger zien, vanwege het internationale première gehalte.
En last but not least: de Q & A’s aan het eind van een film.
Zo zagen we gisteren de nog geen vijf turven hoge Alexis dos Santos weer.
Net een schooljochie, afgetrapte jeans, chuckies en rugzakje vol met buttons.
Een button las ‘I am 12’.
Heerlijk als je die jeugdige spirit zo vast kunt houden en verwerkt in je blik naar buiten en in je films.
Vandaag ontmoetten we de regisseurs van l’Ouest de Pluton. Die het publiek inpakten met volzinnen Nederlands.
Slimme zet. Hun film was een hit. Ook de regisseurs van de andere drie films waren aanwezig.
l’Ouest de Pluton
Puberproblematiek.
Bezig zijn met jezelf, met idealen, met politiek, met een mening, met jongens, met meisjes.
Wat vind ik, wat vindt men? Waar liggen mijn grenzen. Waarom heb ik ouders?
Prachtig geschetst. Vertolkt door echte pubers –geen acteurs. Naturel, oorspronkelijk. Mooi debuut.
Vervolgens een lange pauze, waarin we de zaterdagboodschappen voor elkaar kregen en ik een platvink scoorde met inhoud.
Liverpool
Soms kies je een film, omdat je het landschap wil zien.
Goedkoop een reis maken, je wanen in dat land.
Een grote wens van mij, nog steeds, is om eens af te reizen naar Patagonie en Terra del Fuego.
Liverpool speelt zich af in het uiterste puntje van de wereld, Vuurland. Een man werkend op een containerschip, stopt in Ushuiaia en gaat langs bij zijn moeder.
Als er in totaal vijf minuten wordt gesproken in de film is het veel. Landschap, desolatie, ijs en sneeuw. Grauw. Koud.
Een goede film om een tukje bij te doen.
Een film die geen vragen en geen antwoorden oproept. Gewoon is.
Je met niets achterlaat. Ik had net zo goed National Geographic kunnen kijken.
En wil ik nog naar Vuurland? Niet op die manier, en dan zeker met stopover Paaseiland, voor de variatie.
Een lange dinerstop bij de Japanner. Sushi, sashimi, teppanyaki. All you can eat. Dat lukte niet. All you can drink deden we ons best voor.
De sake dronk heerlijk weg. En dat was maar goed ook.
Blind pig wants to fly
Deze film is een en al politiek en een en al subtiel symbool. De rellen uit 1998 worden er in verwerkt. Ongecensureerd en gedurfd gemaakt.
Maar Kaat en ik raakten in een stuiplach door de sake. De film kent hilarische en hoogst irritante momenten.
Stel je voor: een blinde tandarts. Durf jij nog een behandeling te ondergaan?
Binnen tien minuten was het varken in beeld. ‘Mich, dat varken heeft al meer geknord, dan de hoofdpersoon in de vorige film’.
De tandarts die herhaaldelijk in karaoke stijl, het meest afgrijselijke nummer van Stevie Wonder zingt, en spontaan wordt bijgestaan door de omstanders.
Waar het om draait is dat de Chinese Indonesiërs zich minder dan min voelen en zo behandeld worden door de bumiputras (autochtonen.
En de symboliek. Een zwarte blinde neger die het maakt als zanger.
Dat is pas geweldig.
Een Chinese Indonesiër is zelfs minder dan een homo in Indonesië.
En wordt dus ook bruut genomen door een homostel, vanwege een faveur. De tandarts wil zo graag een bumiputra zijn, dat hij een Indonesische naam aanneemt en zich bekeert tot de Islam.
Hij wil er bij horen. Dat lukt hem uiteindelijk ook.
Na dit lichtvoetig gebrachte thema, een zware film als einde.
Sois sage
De derde debuutfilm van vandaag met incest als thema.
Prachtige film, weinig woorden.
Veel symboliek – iets te veel zelfs – naar mijn mening.
Dochter die probeert te begrijpen, waarom de omstreden relatie die zij op jonge leeftijd heeft gehad met haar vader, verbroken is. Ze gaat op zoek naar hem. Enerzijds wordt ze overspoeld door gevoelens van verdriet en onbegrip – ze was toch immers zijn mooie meisje? Anderzijds zie je hoe ze beschadigd is in haar seksualiteit en niet in staat is om liefdevolle relaties met anderen aan te gaan. Taboedoorbrekend.
Slotscene is schokkend. Nadat ze op slinkse wijze zijn huis is binnengedrongen, gaat ze naar zijn kamer, waar hij slaapt met zijn tweede nietsvermoedende vrouw.
’s Nachts aan zijn bed, herinnert zij hem, wat hij haar aandeed en verlangt ze van hem dat hij dit later niet zal doen met haar jonge halfzusje.
De machtbalans is verschoven.
Hij probeert nu onder de lakens te verstoppen. Zij gunt hem geen kans.
Wat ik mooi vind aan deze film is het belichten van twee kanten aan incest.
Ja, het is machtsmisbruik van ouder naar kind. Maar een kind kan oprecht van haar ouder houden, en denken, voelen dat het wederkerig is. Het wordt immers te vaak ook zo gezegd. De liefdevolle gevoelens in een incestrelatie worden bijna nooit erkend, omdat dat al helemaal niet mag/kan.
Maar dat wil niet zeggen, dat die er niet zijn.Je houdt immers toch onvoorwaardelijk van je ouder?
Wat pertinent fout is, en fout blijft is dat die liefdevolle gevoelens voor het seksuele genot van een ouder gebruikt zijn. Dat is verwerpelijk. En dan druk ik me nog licht uit.
De film is authentiek, zuiver en mooi.
Leeft ook van het publiek, want op elk ander festival worden films beoordeeld door recensenten in plaats van door wie het bestemd is.
Menig regisseur en acteur is aanwezig, bereid om een intro te doen.
En vandaag drie keer Rutger zien, vanwege het internationale première gehalte.
En last but not least: de Q & A’s aan het eind van een film.
Zo zagen we gisteren de nog geen vijf turven hoge Alexis dos Santos weer.
Net een schooljochie, afgetrapte jeans, chuckies en rugzakje vol met buttons.
Een button las ‘I am 12’.
Heerlijk als je die jeugdige spirit zo vast kunt houden en verwerkt in je blik naar buiten en in je films.
Vandaag ontmoetten we de regisseurs van l’Ouest de Pluton. Die het publiek inpakten met volzinnen Nederlands.
Slimme zet. Hun film was een hit. Ook de regisseurs van de andere drie films waren aanwezig.
l’Ouest de Pluton
Puberproblematiek.
Bezig zijn met jezelf, met idealen, met politiek, met een mening, met jongens, met meisjes.
Wat vind ik, wat vindt men? Waar liggen mijn grenzen. Waarom heb ik ouders?
Prachtig geschetst. Vertolkt door echte pubers –geen acteurs. Naturel, oorspronkelijk. Mooi debuut.
Vervolgens een lange pauze, waarin we de zaterdagboodschappen voor elkaar kregen en ik een platvink scoorde met inhoud.
Liverpool
Soms kies je een film, omdat je het landschap wil zien.
Goedkoop een reis maken, je wanen in dat land.
Een grote wens van mij, nog steeds, is om eens af te reizen naar Patagonie en Terra del Fuego.
Liverpool speelt zich af in het uiterste puntje van de wereld, Vuurland. Een man werkend op een containerschip, stopt in Ushuiaia en gaat langs bij zijn moeder.
Als er in totaal vijf minuten wordt gesproken in de film is het veel. Landschap, desolatie, ijs en sneeuw. Grauw. Koud.
Een goede film om een tukje bij te doen.
Een film die geen vragen en geen antwoorden oproept. Gewoon is.
Je met niets achterlaat. Ik had net zo goed National Geographic kunnen kijken.
En wil ik nog naar Vuurland? Niet op die manier, en dan zeker met stopover Paaseiland, voor de variatie.
Een lange dinerstop bij de Japanner. Sushi, sashimi, teppanyaki. All you can eat. Dat lukte niet. All you can drink deden we ons best voor.
De sake dronk heerlijk weg. En dat was maar goed ook.
Blind pig wants to fly
Deze film is een en al politiek en een en al subtiel symbool. De rellen uit 1998 worden er in verwerkt. Ongecensureerd en gedurfd gemaakt.
Maar Kaat en ik raakten in een stuiplach door de sake. De film kent hilarische en hoogst irritante momenten.
Stel je voor: een blinde tandarts. Durf jij nog een behandeling te ondergaan?
Binnen tien minuten was het varken in beeld. ‘Mich, dat varken heeft al meer geknord, dan de hoofdpersoon in de vorige film’.
De tandarts die herhaaldelijk in karaoke stijl, het meest afgrijselijke nummer van Stevie Wonder zingt, en spontaan wordt bijgestaan door de omstanders.
Waar het om draait is dat de Chinese Indonesiërs zich minder dan min voelen en zo behandeld worden door de bumiputras (autochtonen.
En de symboliek. Een zwarte blinde neger die het maakt als zanger.
Dat is pas geweldig.
Een Chinese Indonesiër is zelfs minder dan een homo in Indonesië.
En wordt dus ook bruut genomen door een homostel, vanwege een faveur. De tandarts wil zo graag een bumiputra zijn, dat hij een Indonesische naam aanneemt en zich bekeert tot de Islam.
Hij wil er bij horen. Dat lukt hem uiteindelijk ook.
Na dit lichtvoetig gebrachte thema, een zware film als einde.
Sois sage
De derde debuutfilm van vandaag met incest als thema.
Prachtige film, weinig woorden.
Veel symboliek – iets te veel zelfs – naar mijn mening.
Dochter die probeert te begrijpen, waarom de omstreden relatie die zij op jonge leeftijd heeft gehad met haar vader, verbroken is. Ze gaat op zoek naar hem. Enerzijds wordt ze overspoeld door gevoelens van verdriet en onbegrip – ze was toch immers zijn mooie meisje? Anderzijds zie je hoe ze beschadigd is in haar seksualiteit en niet in staat is om liefdevolle relaties met anderen aan te gaan. Taboedoorbrekend.
Slotscene is schokkend. Nadat ze op slinkse wijze zijn huis is binnengedrongen, gaat ze naar zijn kamer, waar hij slaapt met zijn tweede nietsvermoedende vrouw.
’s Nachts aan zijn bed, herinnert zij hem, wat hij haar aandeed en verlangt ze van hem dat hij dit later niet zal doen met haar jonge halfzusje.
De machtbalans is verschoven.
Hij probeert nu onder de lakens te verstoppen. Zij gunt hem geen kans.
Wat ik mooi vind aan deze film is het belichten van twee kanten aan incest.
Ja, het is machtsmisbruik van ouder naar kind. Maar een kind kan oprecht van haar ouder houden, en denken, voelen dat het wederkerig is. Het wordt immers te vaak ook zo gezegd. De liefdevolle gevoelens in een incestrelatie worden bijna nooit erkend, omdat dat al helemaal niet mag/kan.
Maar dat wil niet zeggen, dat die er niet zijn.Je houdt immers toch onvoorwaardelijk van je ouder?
Wat pertinent fout is, en fout blijft is dat die liefdevolle gevoelens voor het seksuele genot van een ouder gebruikt zijn. Dat is verwerpelijk. En dan druk ik me nog licht uit.
De film is authentiek, zuiver en mooi.
zaterdag 24 januari 2009
IFFR 2009 Euforie en teleurstelling

Het leuke aan het IFFR is het verrassingselement.
You never know what you’re gonna get.
Dat wordt ook medebepaald door de manier waarop je de films uitkiest.
In mijn geval: zodra de bijlage er is, spellen van A tot Z.
Lees ik de korte omschrijving. En op gut feeling maak ik keuzes.
De mannen in mijn gezelschap gaan af op categorieën en op wat op voorhand geschreven en aangeraden is.
De must-sees zogezegd.
Kaat kijkt hoe het kan rond de planning van opvang. Ik laat dat ook meewegen.
Op onze onderhandelingsavond komt dat allen samen.
Dat betekent ook dat je soms kaartjes koopt voor een film die jouw aandacht niet had.
En kan dan verrassen.
Vandaag zag ik vier films die allen op mijn lijstje stonden.
Het werd een dag van uitersten.
Waarschijnlijk zag ik als eerste de beste film van het festival.
En liep weg bij twee films.
Rachel getting married.
Vanaf de eerste take is de toon gezet.
Binnen vijf minuten legt Kym – prachtrol van Anne Hathaway- beslag op iedereen met wie ze in aanraking komt, en ook jij als toeschouwer.
Na een 9 maand durende rehab mag ze even naar huis omdat haar zus gaat trouwen. Haar bijtende oneliners ‘Darling you look as thin as an Asian, you must be puking again’ en ‘Who’s that dog you’re going to marry’, waarmee ze eigenlijk schreeuwt om aandacht en liefde wordt gematcht door het cynisme van haar oudere zus, die vindt dat alle aandacht van haar vader naar Kym gaat.
Sibling rivaliteit op zijn best.
De familie is een bohemien, arty Joods gezin. Ouders gescheiden.
Vader een moederkloek die zijn dochter geen moment uit het oog verliest en continu met eten rondloopt.
Het hele weekend staat in het teken van de wedding rehearsal, de vele vrienden, muziek en uiteindelijk de ceremonie zelf.
Bij de AA sessies zie je een andere Kym. Vertelt ze haar ongelooflijk grote verdriet, en haar onvermogen om zichzelf te kunnen vergeven voor wat gebeurd is. Terug thuis is het wachten op explosies die ook komen.
Een tragisch familiedrama en slecht geheelde wonden worden ruw open gereten.
Toch is er ook een stukje vergeving tussen de zussen met heel tedere momenten, op de trouwdag zelf. Alleen de moeder/dochter relatie blijft ernstig verstoord.
De film deed me qua setting en thema denken aan Margot & the Wedding.
Een andere vertelling van een disfunctionele familie.
Ondanks het zware thema kent de film ook mooie, luchtige momenten.
Is het kleurrijk, multicultureel en prachtig geschoten met excellerende acteurs en mooi uitgewerkt plot.
Een tranentrekker en een die je bij blijft. Komt in de cinema. Ga dat zien.
Blue film woman
Eén van Azië ’s eerste pink films (pinku eiga) uit Japan uit 1969.
Een pink film heeft wat erotische elementen, gebonden aan het aantal blote lichaamsdelen.
Mooie intro, psychedelische kleuren. Een vrouwenlichaam dat deels getoond wordt.
Actueel thema. Trader verliest al zijn geld op de stock exchange van Tokyo.
Kan zijn schulden niet betalen. Wil zelfmoord plegen, maar vrouw en dochter willen dat hij zich vermand. Schuldeiser stelt terugbetaling uit met een half jaar als hij zich mag vergrijpen aan diens vrouw.
Onder protest ondergaat zij hem.
Je ziet vooral wat blote benen en hier een daar een tepel. Vervolgens smeekt schuldeiser de vrouw of zij zijn zoon wil inwijden.
Drie jaar uitstel van betaling.
What a price to pay.
Zoon is een retard, een monster, een beest dat kreten slaakt die zo door het ‘vieze mannetje’ geuit konden zijn. De retard is zo over the top met zijn Tonka auto en pop en ongelooflijk B-film kaliber, dat we met zijn drieën het hazenpad kozen. Brullend van de lach.
Want die oningewijde man wist wel gelijk wat ie moest doen: er boven op.
Unmade Beds
Tweede film van Alexis Dos Santos, die drie jaar geleden het geweldige Glue afleverde. Zelfde thema ‘a coming of age’, dit keer setting in London.
Prachtig gefilmd, mooie uitgediepte karakters.
Geweldige muziek.
Jongeren die worstelen met zichzelf, op zoek zijn naar een plek.
Een is op zoek naar zijn vader die hem verliet toen hij drie was. Drinkt zichzelf elke avond strontlazarus, totdat ie niets meer weet.
Een jonge vrouw die aarzelend het pad van der liefde bewandelt. Overdag in een boekenwinkel werkt en bij voorkeur de boeken verkeerd wegzet. Want: ‘I like the surprise element, you may end up with something you’d otherwise never consider’. Werpt je gelijk terug naar je eigen schreden op weg naar volwassendom.
Unmade beds: een mooie metafoor voor alles dat nog niet af is, in ontwikkeling.
Mooie rol ook van Michiel Huisman.
Breathless
Koreaanse film, waarvan ik hoge verwachtingen had.
Snoeiharde gangster film.
Ik heb er de afgelopen jaren flink wat gezien, met als grootste hoogtepunten toch wel de Pusher trilogy, Election 1 & 2 en No mercy for the rude.
Die laatste drie zijn ook van Aziatische makelij.
Ik liep na dertig minuten weg. En met mij vele anderen.
Dertig minuten lang beelden van kapot en halfdood knuppelen van mannen, vrouwen in bijzijn van de allerjongsten.
Gevloek elk tweede woord in de zin. Buitengewoon degraderend. Zinloos.
Sure, er is vast een heel zielig persoonlijk drama bij de hoofdpersoon – ja zijn zusje werd vermoord door zijn vader en hij deed niets –
Ik ging niet nog anderhalf uur dit verbale en fysieke geweld aanschouwen.
Exit Fien.
Waarschijnlijk ging ik te vroeg, maar ik had lucht nodig.
Buiten ademde ik rustig verder.
Labels:
blue film woman,
breathless,
film,
iffr,
rachel getting married,
unmade beds
donderdag 22 januari 2009
IFFR 2009 - The Hungry Ghosts
Vanuit 4 windstreken komen we in deze constellatie voor de 4e keer samen op het schouwburgplein.
De trap omhoog binnen de bioscoop.
Ontvangst met champagne.
Met de roltrap naar de zaal.
Popelen om binnen te mogen.
Vier op een rij, hoog bovenin.
Installeren.
Fles Merlot uitschenken in vier glazen.
Mich, Kaat en Ed zijn dit jaar voorzien van een platvink met Four Roses. ‘Ja Fien, jij drinkt alleen Gin Cola’.
Time for change.
Morgen koop ik mijn eigen platvink met mijn eigen Asyla.
Wachten op Rutger. Dit jaar in pak, nog even jongensachtig en quasi- nonchalant.
Mich zou Mich niet zijn als hij zegt dat hij liever Sandra den Hamer zag.
Kort daarvoor kreeg hij van Kaat nog een flyer ‘Filmdinsdagmiddagen voor 50+’. Gelukkig kan de relatie tegen een stootje.
The Hungry Ghosts, filmdebuut van Michael Imperioli en daarmee meedingend voor een Tiger Award is niets wat Juno was verleden jaar.
Geen toegankelijke publiekstrekker.
Eerder een ‘I don’t feel good, but desperately want to feel good’ movie.
Zesendertig uur in New York.
Drie verhaallijnen die op het eind bij elkaar komen. Bijna verweven.
Hungry Ghosts is een metafoor voor mensen die ten koste van alles een verlangen najagen.
Dolende zielen.
Verlossing in de vorm van te veel coke en alcohol, bloeddorstige seks (associatie huwelijk Angelina Jolie/Billy Bob Thornton), seks en voyeurisme, heil zoeken in New Age goeroes.
Intensiteit. Dat zie je.
Maar die intensiteit komt van jachtige zielen, op zoek naar contact maar niet in staat om met hun omgeving en al helemaal niet met zichzelf te communiceren. Intensiteit die steeds 'refueled' moet worden.
Het acteerwerk is sterk en voor wie van de Sopranos houdt, voelt zich gelukkig met de cast.
Toch komt de film niet helemaal uit de verf. Verslikt Imperioli zich in zijn eigen thema?
Halverwege lijken er gaten in het weefsel te zitten.
Het eind komt abrupt.
Wat wel heel mooi is, dat het begin en eind van de film bij elkaar komen in tekst.
Een tekst die de stervenden begeleid bij het overgaan naar eeuwige rust.
‘Fear not what is in front of you, for there is no tomorrow’.
Een gedurfd debuut, dat wel.
Daarna nog even naar het openingsfeest in de Doelen. Zoenen met bekenden. Aanschouwen van BR’s . Borrels aan de bar, en dan de kaarten verdelen. We vallen aan als hongerige geesten.
Napraten over film lukt niet.
Hij wordt nog herkauwd.
De trap omhoog binnen de bioscoop.
Ontvangst met champagne.
Met de roltrap naar de zaal.
Popelen om binnen te mogen.
Vier op een rij, hoog bovenin.
Installeren.
Fles Merlot uitschenken in vier glazen.
Mich, Kaat en Ed zijn dit jaar voorzien van een platvink met Four Roses. ‘Ja Fien, jij drinkt alleen Gin Cola’.
Time for change.
Morgen koop ik mijn eigen platvink met mijn eigen Asyla.
Wachten op Rutger. Dit jaar in pak, nog even jongensachtig en quasi- nonchalant.
Mich zou Mich niet zijn als hij zegt dat hij liever Sandra den Hamer zag.
Kort daarvoor kreeg hij van Kaat nog een flyer ‘Filmdinsdagmiddagen voor 50+’. Gelukkig kan de relatie tegen een stootje.
The Hungry Ghosts, filmdebuut van Michael Imperioli en daarmee meedingend voor een Tiger Award is niets wat Juno was verleden jaar.
Geen toegankelijke publiekstrekker.
Eerder een ‘I don’t feel good, but desperately want to feel good’ movie.
Zesendertig uur in New York.
Drie verhaallijnen die op het eind bij elkaar komen. Bijna verweven.
Hungry Ghosts is een metafoor voor mensen die ten koste van alles een verlangen najagen.
Dolende zielen.
Verlossing in de vorm van te veel coke en alcohol, bloeddorstige seks (associatie huwelijk Angelina Jolie/Billy Bob Thornton), seks en voyeurisme, heil zoeken in New Age goeroes.
Intensiteit. Dat zie je.
Maar die intensiteit komt van jachtige zielen, op zoek naar contact maar niet in staat om met hun omgeving en al helemaal niet met zichzelf te communiceren. Intensiteit die steeds 'refueled' moet worden.
Het acteerwerk is sterk en voor wie van de Sopranos houdt, voelt zich gelukkig met de cast.
Toch komt de film niet helemaal uit de verf. Verslikt Imperioli zich in zijn eigen thema?
Halverwege lijken er gaten in het weefsel te zitten.
Het eind komt abrupt.
Wat wel heel mooi is, dat het begin en eind van de film bij elkaar komen in tekst.
Een tekst die de stervenden begeleid bij het overgaan naar eeuwige rust.
‘Fear not what is in front of you, for there is no tomorrow’.
Een gedurfd debuut, dat wel.
Daarna nog even naar het openingsfeest in de Doelen. Zoenen met bekenden. Aanschouwen van BR’s . Borrels aan de bar, en dan de kaarten verdelen. We vallen aan als hongerige geesten.
Napraten over film lukt niet.
Hij wordt nog herkauwd.
Klein Leed
Zijn hand streelde mijn gezicht. Zachtjes.
Bekrachtigde zijn handeling door ‘jij bent lief’ te zeggen.
Dan zoende hij me vol op mijn mond.
En bleef neus aan neus tegen me aan liggen.
Ik smolt.
Kort daarvoor was hij bij mij in bed gekropen.
Gebeurt niet zo vaak.
Wil de symbiose niet extra versterken.
Zijn ademhaling was hoog en piepte. Schuurde, blafte.
Ongemerkt werd ik herinnerd aan mijn eigen jeugdige strijd tegen (pseudo) kroep.
Totale afzondering onder een handdoek met stoom, verstikkende benauwdheid en een niet aflatende angst dat het niet over zou gaan.
De nachten waren het ergst.
Nu lag hij half op zijn rug naast me, duwde Lala tegen me aan.
Zijn warme voeten tegen mijn buik.
‘Aai, aai, mama lief’.
Het was zijn mantra, drie uur lang.
Om 02.30 bracht ik hem terug naar zijn eigen bedje.
Eindelijk sliep hij in. Ik ook.
Vandaag is hij hangerig. Zwaan-kleef-aan.
‘Bij mama zitten’ en ‘mama knuffen’.
We hangen samen in perfecte symbiose.
Tussen de blafhoesten en loopneuzen door is hij in staat om chocola te vragen en lacht ook nog om Pingu.
Hoe hij aan zijn miemelende Mickey Mouse stemmetje komt, ik weet het niet.
Het lukt hem om met het zoetste, meest irritante, aanstellerige èn lachwekkende stemgeluid alles voor elkaar te krijgen van me. Behalve chocola.
En naar mate de avond vordert, wordt zijn hoest erger.
En zijn gevoel voor drama ook.
En reageer ik met dezelfde miemelende, zalvende stem, sacharine woordjes over hem uitstotend.
Hem stevig tegen me aanklemmend, over zijn rug strelend, kusjes en ventolin gevend.
Leg een gesneden ui naast zijn bed.
‘Mama bed’ blijft hij herhalen. De kaarten zijn al geschud.
Ik ga er aan geloven.
Met een beetje mazzel is zo’n aanval na 4 dagen voorbij.
Mannen en ziek zijn.
De basis is hier gelegd.
Bekrachtigde zijn handeling door ‘jij bent lief’ te zeggen.
Dan zoende hij me vol op mijn mond.
En bleef neus aan neus tegen me aan liggen.
Ik smolt.
Kort daarvoor was hij bij mij in bed gekropen.
Gebeurt niet zo vaak.
Wil de symbiose niet extra versterken.
Zijn ademhaling was hoog en piepte. Schuurde, blafte.
Ongemerkt werd ik herinnerd aan mijn eigen jeugdige strijd tegen (pseudo) kroep.
Totale afzondering onder een handdoek met stoom, verstikkende benauwdheid en een niet aflatende angst dat het niet over zou gaan.
De nachten waren het ergst.
Nu lag hij half op zijn rug naast me, duwde Lala tegen me aan.
Zijn warme voeten tegen mijn buik.
‘Aai, aai, mama lief’.
Het was zijn mantra, drie uur lang.
Om 02.30 bracht ik hem terug naar zijn eigen bedje.
Eindelijk sliep hij in. Ik ook.
Vandaag is hij hangerig. Zwaan-kleef-aan.
‘Bij mama zitten’ en ‘mama knuffen’.
We hangen samen in perfecte symbiose.
Tussen de blafhoesten en loopneuzen door is hij in staat om chocola te vragen en lacht ook nog om Pingu.
Hoe hij aan zijn miemelende Mickey Mouse stemmetje komt, ik weet het niet.
Het lukt hem om met het zoetste, meest irritante, aanstellerige èn lachwekkende stemgeluid alles voor elkaar te krijgen van me. Behalve chocola.
En naar mate de avond vordert, wordt zijn hoest erger.
En zijn gevoel voor drama ook.
En reageer ik met dezelfde miemelende, zalvende stem, sacharine woordjes over hem uitstotend.
Hem stevig tegen me aanklemmend, over zijn rug strelend, kusjes en ventolin gevend.
Leg een gesneden ui naast zijn bed.
‘Mama bed’ blijft hij herhalen. De kaarten zijn al geschud.
Ik ga er aan geloven.
Met een beetje mazzel is zo’n aanval na 4 dagen voorbij.
Mannen en ziek zijn.
De basis is hier gelegd.
Bij nacht zijn alle katten grauw
Djoj, centrum voor persoonlijke ontwikkeling, hield een open dag.
Mijn vriendin nam haar bejaarde moeder mee.
Verstandig.
Nadat ik ooit met haar een avondje – zo’n leuk verjaardagscadeautje, Fien - klankschaal, didgeridoo en regenwoud geluiden op een yoga matje, gehuld in gemakkelijke kleding had overleefd, durfde ze mij niet meer te vragen.
The less said, the better.
Onze relatie?
Zo nu en dan stijgt ze op.
En als ze crasht, vang ik haar op.
Zo nu en dan maak ik een misstap.
En als ik val, ziet zij als eerste mijn tranen.
Koffiegesprek.
‘Gisteren zo’n vreemde workshop meegemaakt.‘
‘Vertel!’
‘We stonden in een open ruimte en moesten lief zijn voor onszelf.
Contact maken met je zelf.
Zachtjes met je hand over je arm en schouders wrijven.
Ervaren, hoe dat voelt.’
Ik neem nog een slok van mijn supergezonde fruitmix.
‘Jaahhh, en toen?’
‘Dat voelde best lekker.’
Ze demonstreert.
‘Vervolgens maakten we contact met een ander door elkaars armen tegen elkaar aan te wrijven.‘
‘Hoe heette die workshop?’
‘Lichaamsgerichte contact improvisatie, of zoiets.
Daarna stonden we rug aan rug tegen elkaar aan te schuren.
Lekker hoor, je weet hoezeer ik lichamelijk contact waardeer.’
En of ik dat weet. Regelmatig schurkt ze tegen mij aan.
‘Maar, wie was daar dan. Hoe groot was de groep en deed je moeder ook mee.
Wat moet ik er bij voorstellen?‘
‘Er waren 18 mensen, evenveel mannen als vrouwen.
Mijn moeder zat op een stoel tegen de muur een Libelle te lezen.’
Ik stel me de menigte voor.
Mannen en vrouwen, rugdekking zoekend bij elkaar.
‘Was er muziek of geluid?’
‘We moesten poezen uitbeelden.’
Ik spits mijn oren, mijn snorharen staan op alert.
Beeld scherpt aan.
‘En jij?’
Prrr, prrrr, prrr, spint ze en kroelt in haar stoel.
Ik lach en zie één grote kluwen krioelende mensen voor me, beestachtig tekeer gaan.
‘Toen moesten we gaan liggen en aan elkaar gaan ruiken.
Naast mij lag een vrouw met haar neus in het kruis van een man.
Dat vond ik toch wel ver gaan.’
Je moet de kat niet bij de melk zetten.
‘En wat deed jij dan?’
‘Ik ging niet liggen, ik was toen een boom. ‘
‘Het is maar goed dat jullie geen honden uitbeeldden.’
Mijn vriendin nam haar bejaarde moeder mee.
Verstandig.
Nadat ik ooit met haar een avondje – zo’n leuk verjaardagscadeautje, Fien - klankschaal, didgeridoo en regenwoud geluiden op een yoga matje, gehuld in gemakkelijke kleding had overleefd, durfde ze mij niet meer te vragen.
The less said, the better.
Onze relatie?
Zo nu en dan stijgt ze op.
En als ze crasht, vang ik haar op.
Zo nu en dan maak ik een misstap.
En als ik val, ziet zij als eerste mijn tranen.
Koffiegesprek.
‘Gisteren zo’n vreemde workshop meegemaakt.‘
‘Vertel!’
‘We stonden in een open ruimte en moesten lief zijn voor onszelf.
Contact maken met je zelf.
Zachtjes met je hand over je arm en schouders wrijven.
Ervaren, hoe dat voelt.’
Ik neem nog een slok van mijn supergezonde fruitmix.
‘Jaahhh, en toen?’
‘Dat voelde best lekker.’
Ze demonstreert.
‘Vervolgens maakten we contact met een ander door elkaars armen tegen elkaar aan te wrijven.‘
‘Hoe heette die workshop?’
‘Lichaamsgerichte contact improvisatie, of zoiets.
Daarna stonden we rug aan rug tegen elkaar aan te schuren.
Lekker hoor, je weet hoezeer ik lichamelijk contact waardeer.’
En of ik dat weet. Regelmatig schurkt ze tegen mij aan.
‘Maar, wie was daar dan. Hoe groot was de groep en deed je moeder ook mee.
Wat moet ik er bij voorstellen?‘
‘Er waren 18 mensen, evenveel mannen als vrouwen.
Mijn moeder zat op een stoel tegen de muur een Libelle te lezen.’
Ik stel me de menigte voor.
Mannen en vrouwen, rugdekking zoekend bij elkaar.
‘Was er muziek of geluid?’
‘We moesten poezen uitbeelden.’
Ik spits mijn oren, mijn snorharen staan op alert.
Beeld scherpt aan.
‘En jij?’
Prrr, prrrr, prrr, spint ze en kroelt in haar stoel.
Ik lach en zie één grote kluwen krioelende mensen voor me, beestachtig tekeer gaan.
‘Toen moesten we gaan liggen en aan elkaar gaan ruiken.
Naast mij lag een vrouw met haar neus in het kruis van een man.
Dat vond ik toch wel ver gaan.’
Je moet de kat niet bij de melk zetten.
‘En wat deed jij dan?’
‘Ik ging niet liggen, ik was toen een boom. ‘
‘Het is maar goed dat jullie geen honden uitbeeldden.’
Abonneren op:
Posts (Atom)