donderdag 22 januari 2009

Klein Leed

Zijn hand streelde mijn gezicht. Zachtjes.
Bekrachtigde zijn handeling door ‘jij bent lief’ te zeggen.
Dan zoende hij me vol op mijn mond.
En bleef neus aan neus tegen me aan liggen.
Ik smolt.

Kort daarvoor was hij bij mij in bed gekropen.
Gebeurt niet zo vaak.
Wil de symbiose niet extra versterken.

Zijn ademhaling was hoog en piepte. Schuurde, blafte.
Ongemerkt werd ik herinnerd aan mijn eigen jeugdige strijd tegen (pseudo) kroep.
Totale afzondering onder een handdoek met stoom, verstikkende benauwdheid en een niet aflatende angst dat het niet over zou gaan.
De nachten waren het ergst.

Nu lag hij half op zijn rug naast me, duwde Lala tegen me aan.
Zijn warme voeten tegen mijn buik.
‘Aai, aai, mama lief’.
Het was zijn mantra, drie uur lang.
Om 02.30 bracht ik hem terug naar zijn eigen bedje.
Eindelijk sliep hij in. Ik ook.

Vandaag is hij hangerig. Zwaan-kleef-aan.
‘Bij mama zitten’ en ‘mama knuffen’.
We hangen samen in perfecte symbiose.

Tussen de blafhoesten en loopneuzen door is hij in staat om chocola te vragen en lacht ook nog om Pingu.
Hoe hij aan zijn miemelende Mickey Mouse stemmetje komt, ik weet het niet.
Het lukt hem om met het zoetste, meest irritante, aanstellerige èn lachwekkende stemgeluid alles voor elkaar te krijgen van me. Behalve chocola.
En naar mate de avond vordert, wordt zijn hoest erger.
En zijn gevoel voor drama ook.

En reageer ik met dezelfde miemelende, zalvende stem, sacharine woordjes over hem uitstotend.
Hem stevig tegen me aanklemmend, over zijn rug strelend, kusjes en ventolin gevend.
Leg een gesneden ui naast zijn bed.

‘Mama bed’ blijft hij herhalen. De kaarten zijn al geschud.
Ik ga er aan geloven.
Met een beetje mazzel is zo’n aanval na 4 dagen voorbij.

Mannen en ziek zijn.

De basis is hier gelegd.

Geen opmerkingen: