vrijdag 7 november 2008

Freeze Frame

Ik zal zeventien geweest zijn toen ik hem voor het eerst ontmoette. Hij was vier jaar ouder, een vriend van mijn jongere broer.
Ze hadden elkaar gevonden in de muziek, geloof ik.
Ik vond hem een beetje zonderling en onverzorgd.
Lange slungel met sluik, lang, vettig piekhaar, nog thuiswonend in een kamer die geheel donkerbruin geschilderd was. Zelfs het plafond.
Hij leefde de nacht, zo leek het.
Zijn grote passie was de fotografie. Had zijn eigen doka en droomde van een glansrijke carrière als fotograaf.
Hij fotografeerde meisjes.
Er kwam een moment dat hij aan mij vroeg of ik model wilde zijn voor hem.

Ik was een sjaaltjes meisje. Nog niet zo lang teruggekeerd uit Schotland, en had me moeiteloos aangepast aan het hockey milieu van een middelgroot dorp onder de rook van Rotterdam.
Een sjaaltje was al een stuk losser dan de das die bij mijn Schotse schooluniform hoorde.

Ik ging in op zijn voorstel en sprak af bij hem thuis. Niet wetende hoe hij me wilde fotograferen, had ik besloten om mijn mooie, van mijn oma gekregen, bontjas mee te nemen.
Onwennig nam ik plaats op een kruk, terwijl hij de achtergrond instelde, mij een lichtmeter in mijn handen duwde en me met opmerkelijk zachte hand positioneerde en mijn haar uit mijn gezicht weg streek.
De foto’s die hij schoot waren geen glamour, maar stillevens.
Het donkere van zijn leefruimte haalde het donkere in mij naar boven.
Mijn emoties spatten van zijn lens af. Zwart-wit.

Gedurende een kleine twee jaar zat ik met een bepaalde regelmaat model. Hij bedacht een thema, ik voerde het uit. Nooit een lach, altijd een verhaal.
Rende ooit een half uur lang over een donkere galerij, terwijl hij een langzame sluitertijd instelde. Vertolkte een aangerand meisje. Hij wist niet hoe dicht hij op mijn huid zat. Poseerde als een hoogzwangere Maria voor zijn kerstkaart die de boodschap “De messias is reeds onderweg” droeg. Blasfemisch en resulterend in een kleine rel in een gereformeerd dorp als het mijne.

Eenmaal draaide hij naar me toe en beroerde mijn lippen met de meest zachte flutterende kus ooit. Totaal onverwacht.
Ik griezelde ervan, maar was tegelijkertijd hevig ontroerd.
“Ik moest dit gewoon even doen”, was zijn simpele uitleg.

Er is veel film geschoten. Ik kreeg slechts een enkele keer een afdruk. De weinige foto’s die ik had lijstte ik in.
Uiteindelijk verdwenen ook zij in een verhuisdoos, verkast naar zolder, aangeraakt door de tand des tijds.
Bij elke verhuizing loop ik door de foto’s heen en word dan geraakt door wat ik zie.
Hij haalde een schoonheid in mij naar boven, die ik zelf pas jaren later ontdekte. Op een moment, dat het mij speet dat ik die nooit eerder in mezelf gezien had en het mijn ouderlijk huis verweet mij ook niet gezien te hebben.
Naast die schoonheid is het ook een snapshot van een voor mij moeilijke periode, die even genadeloos als achteloos lijkt vastgelegd en mij herinnert aan die tijd.
De foto’s halen alléén die flitsmomenten terug.
Geen film; geen stream of consciousness.
Een herinnering die ik koester, omdat de foto’s een gevoel terughalen. Enerzijds een verlangen weer te zijn wie je was; anderzijds de wens om dingen anders te verwerken met de wijsheid en kennis van nu.

Gisteren stonden we na 25 jaar oog in oog met elkaar. Toeval.
Ik dronk ergens koffie met een vriendin en mijn zoon. Hij herkende mijn stem en liep op me af. “Josefine?”.
Hij schoof aan en probeerde in vijf minuten vijfentwintig jaar te overbruggen met obligate vragen.
Vervolgens vertelde hij mijn vriendin hoe wij elkaar kenden.
“Die bontjas foto van jou, daar heb ik zo vaak reacties op gehad. Die foto is legendarisch binnen mijn kring."
De bontjas. Terplekke herinner ik me een foto die ik heb, zet mezelf in pose en mood en zeg “Bedoel je deze?”
“Nee, ik bedoel een andere”.
Mijn gezamenlijk geheugen bestaat uit de foto’s die ik heb.
Ik kijk hem blanco aan.
“Wacht, zegt hij, ik heb hem bij me. Wil je hem zien?”
Nog voor ik kan reageren staat hij op, loopt weg en komt terug met zijn mda.
Tien seconden later zie ik mezelf terug als zeventienjarige, gekleed in mijn oma’s bontjas mét sjaaltje.
Mijn expressie is één van maagdelijkheid die ik niet meer herken. Omhuld door warm bont. Dat toen nog bescherming bood.
Hij klikt door naar een andere, voor mij nieuwe foto, van mij twee jaar later.

Geshockt ben ik. Geshockt dat ik onverwacht in een timewarp geplaatst word en geconfronteerd word met mezelf van toen. Met nieuwe foto's en nieuwe herinneringen.
Geshockt dat ik gevangen en meegedragen ben.

Geen opmerkingen: