maandag 17 november 2008

Ouwe Besjes

Truus en Jan.
De wereldzeeën over geweest en beland als illegaal in Nederland. 1978.
Iedereen wil ze hebben maar het kan niet.
Ze beschikken niet over de juiste papieren.



Ik bevind mij op het verjaardagsfeestje van mijn wijze oude vrouw, mijn pleegmoeder zo je wilt. (zie Als Godin in Frankrijk).
Setting: vanavond in een kunstgalerie in Primitive Art in Rotterdam.
Gasten: ouwe besjes, voormalig beau monde, nu de nestors, van cultureel en kunstzinnig bepalend Nederland in de jaren 70 en 80. Bekende acteurs, actrices, architecten, kunstenaars en fotografen.
Het is gezellig. Ik ben al aan mijn 2e fles Chardonnay.
Ronddartelend 2e leg niet meegeteld, ben ik de jongste.
En dus de nieuwsgierigste.
De alcohol helpt mij en ook mijn publiek.

De vermaarde architecten (60+) leg ik het vuur aan de schenen over hun keuzes voor hun studie. Als 17 jarigen was de kunstacademie not done, want niet academisch genoeg en kozen ze bouwkunde aan de TU. Gesjeesde B studenten eigenlijk. Werktuigbouwkunde was te moeilijk, en een taal, ja dat ging al helemaal niet. Dan werd je docent.
Of zoekend naar een thuis, verwoord in hun bouwstijl.
Een van hen promoveerde alsnog onlangs op de architectonische kleur van Le Corbusier.

Met dank aan Bacchus kom je al snel op associatieve gesprekken.
Een weiland vol met dieren.
“Ik zie alleen maar slacht- en schranspartijen”.
“Koeien zijn multitaskers, daarom eet ik nog wel rund”.
Blij met melk.
Varkens daarentegen…
Ik werp op “zijn goede detectives, want vinden truffels”.
Het verstomt in de roes die alcohol heet.

Dan ontspint zich een discussie met de galeriehoudster (70+) over de ethiek van het meenemen van oudheden uit alle landen waar ze over zwierf in de jaren 60-70-80.
Op mijn eigen reizen was ik altijd bewust van de ‘museumwaarde' – dus behoorde dat het land toe – van enkele aangeboden stukken. “Hoe keurig” krijg ik om mijn oren geslingerd.

Truus en Jan. 9000 jaar oud.
Mathilde had een galerie in Romeinse oudheden, genaamd -2000.
Op een dag kwam een Hollander binnen en bood haar aan: 2 mummies. Gevonden in zijn eigen kopermijn in Chili.
Hij had ze beiden zittend vervoerd in 2 postzakken in het ruim van een vliegtuig. Illegaal.
Mathilde neemt ze in consignatie. Vier jaar lang.
Ze koopt twee glazen vitrines en plaatst ze daar in met hun attributen. Ze adverteert.
Alle bekende musea en handelaren komen kijken, maar het is contrabande: ze kunnen niet legaal gekocht.
Sinds 1965 is het verboden te handelen in dit soort cultuurgoed.

Voor Mathilde worden het een soort kostgangers.
Ze praat met ze. Aait over hun lederen armen.
Na 4 jaar vindt ze een koper in Antwerpen. Een oude verzamelaar die al 12 mummies heeft.

Truus en Jan worden gekleed met pet op de achterbank geplaatst van haar oude Renault.
Haar man rijdt achter haar aan.
Tot de grens. Verder durft hij niet.

Zij levert ze af in Antwerpen voor 50000 gulden, een habbekrats, en één voorwaarde.
Na zijn dood moeten de mummies terug naar Chili.
Zijn overige mummies vindt ze maar macaber. Soort fetisjisme.

Truus en Jan worden in 1988 op het vliegtuig gezet naar Chili, voor een zielvolle begrafenis.
Eindelijk weer thuis. Full circle.

Geen opmerkingen: